Skip to content

#232 Waar hang je de (vuile) was?

06 september 2021

Namens haar cliënte, een vennootschap, verzorgde een gerenommeerd belastingadvieskantoor de aangifte Vpb 2014. In de aangifte was een onbelaste vermogenssprong van ruim € 2,9 mio. opgenomen. Naar aanleiding daarvan startte de Belastingdienst een onderzoek. In reactie op de vragenbrief gaf het belastingadvieskantoor een uitleg over de vermogenssprong. Die uitleg werd bovendien gepresenteerd als een feitelijke gebeurtenis.

 

Uit verdere controle bleek de feitelijke gang van zaken anders te zijn dan het advieskantoor had doen voorkomen. Er ontstond een vermoeden van opzet en de fiscus droeg de kwestie over aan de FIOD. Uit het strafrechtelijk onderzoek bleek uiteindelijk dat de door het belastingadvieskantoor gepresenteerde gang van zaken feitelijk niet had plaatsgevonden. De vermogenssprong kwam vermoedelijk voort uit een fout door een andere externe adviseur.

 

Fiscale duiding ≠ feitencomplex

Het belastingadvieskantoor had die fout niet opgemerkt. Niet bij overname van het dossier, niet bij het opstellen van de aangifte Vpb 2014 en niet in het overleg met de cliënt bij de beantwoording van de vragenbrief van de Belastingdienst. Daardoor was de vermogenssprong onbelast gebleven in de Vpb-aangifte, terwijl daarover in feite € 717.000 aan Vpb had moeten worden betaald.

 

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Het advieskantoor had de fiscus kunnen antwoorden dat uit haar dossier niet bleek waarop de onbelaste vermogenssprong was gebaseerd. In plaats daarvan zocht het advieskantoor naar een verklaring, waarvan het zelf aangaf dat het ging om een ‘fiscale duiding van de feiten’. Die werd in het antwoord aan de inspecteur echter gepresenteerd als de feitelijke gang van zaken.

 

Hoewel zeer nauw verwant, zijn een fiscale duiding en een feitencomplex niet hetzelfde. Een fiscale duiding ziet op een feitencomplex. Bij een fiscale duiding kan de beschrijving van het te duiden feitencomplex een belangrijk onderdeel vormen. Niettemin blijven de duiding en het feitencomplex altijd twee afzonderlijke ‘figuren’.

 

Rol van de gemachtigde

Het beschreven feitencomplex had niet daadwerkelijk plaatsgevonden; daarom had het advieskantoor volgens het OM een onjuiste voorstelling van zaken gegeven en de fiscus onjuiste inlichtingen verstrekt. Opzettelijk bovendien. De gedragingen van de adviseurs werden toegerekend aan het belastingadvieskantoor. Wat het OM het kantoor in dit geval kwalijk nam, was diens optreden jegens de fiscus: het belastingadvieskantoor was niet transparant geweest over de, in dit geval afwezige informatie in het dossier, en had een verklaring gepresenteerd als feitelijke gebeurtenis.[1] Daarmee waren niet alleen opzettelijk onjuiste inlichtingen verstrekt, maar had het advieskantoor ook het vertrouwen van de fiscus beschaamd.

 

De informatieplicht is een plicht van de vennootschap. In eerste instantie zou de schending van de informatieplicht dan ook aan de vennootschap zijn toe te rekenen. Ook al had de vennootschap het belastingadvieskantoor ingeschakeld, de gemachtigde treedt op namens de belastingplichtige en de rechtsgevolgen van dat optreden treffen daarom in beginsel de vennootschap zelf.

 

In de vertegenwoordiging behouden belastingplichtigen en gemachtigden echter ook ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Opzet of grove schuld, of een strafbare gedraging van een gemachtigde, kan bijvoorbeeld niet aan belastingplichtigen worden toegerekend.[2] In deze zaak meende het OM dat de vennootschap mocht vertrouwen op de externe adviseurs en heeft het om die reden de vennootschap niet vervolgd, maar enkel het belastingadvieskantoor.

 

‘He who represents himself has a fool for a client’

Door vragen van de Belastingdienst constateerden de adviseurs achteraf een probleem in de aangifte Vpb 2014 die zij hadden opgesteld en ingediend. Dat (eigen) probleem probeerden zij zelf recht te breien. Een heel invoelbare situatie. De adviseurs hebben immers de (dossier)kennis. Bovendien zal een cliënt al snel zeggen: “Jij hebt het probleem veroorzaakt, dus los het ook maar zelf op.” Daar komt nog bij dat niemand graag de vuile was buiten hangt. Overigens zien wij in de praktijk ook in andere situaties de kwestie van een ‘eigen probleem’ ontstaan. Bijvoorbeeld wanneer een cliënt in eerste instantie zelf vragen van de fiscus heeft beantwoord en de gemachtigde die pas later wordt betrokken, meent op dezelfde voet door te moeten gaan of er een draai aan te moeten geven. Dan maakt de gemachtigde het probleem van cliënt later tot zijn eigen probleem.

 

Voor gemachtigden is het evenwel verstandig om goed na te denken over de eigen positie en belangen. Is er een eigen belang ontstaan? Bestaat er (ook) een eigen probleem dat moet worden opgelost, of voelt dat zo? Als je zelf direct partij bent, is het over het algemeen lastig om de situatie objectief te beoordelen. Het is daarom beter om niet je eigen zaak te verdedigen, maar bijvoorbeeld een gespecialiseerde advocaat of derde te raadplegen, die op kritische afstand de situatie kan beoordelen.

 

De Engelse uitdrukking “He who represents himself has a fool for a client”[3], wordt regelmatig spottend gebruikt. Het is zeker geen absolute waarheid, maar achter elk geintje zit een seintje. Het is goed om die quote in het achterhoofd te houden als een dergelijke situatie zich aandient.

 

[1] https://www.om.nl/documenten/publicaties/fp-hoge-transacties/feitenrelaas/map/feitenrelaas-gourmande
[2] Hoge Raad 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ3355
[3] De uitdrukking wordt in het algemeen toegeschreven aan Abraham Lincoln vanwege het gebruik van de uitdrukking in een speech in 1865. Men is echter niet onverdeeld over de herkomst van de uitdrukking. Een soortgelijke uitdrukking zou voor het eerst al in 1682 in het boek “Humane Prudence, or, The Art by which a Man May Raise Himself and Fortune to Grandeur” van William De Britaine voorkomen.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. L.M.S.M. (Lisa) van Esdonk-Bongaarts