Spring naar content

#260 Corona & uitstel van betaling: ondernemers aan de ketting van de Belastingdienst

04 april 2022

We mogen weer zonder mondkapje de deur uit en ook de Belastingdienst heeft de deuren weer geopend. Voor velen zal het afschaffen van de maatregelen als een opluchting voelen. Ondernemers zijn echter nog (lang) niet van de gevolgen af. Sinds 1 april moeten zij weer voldoen aan hun nieuwe, opkomende fiscale verplichtingen. Daarnaast moeten ondernemers vanaf oktober de opgebouwde belastingschuld gaan aflossen gedurende een periode van vijf jaar. De ondernemer ligt dus nog wel een tijdje aan de ketting van de Belastingdienst. De vraag is: Wat mag de ondernemer tijdens die betalingsregeling?

De overheid kwam tegemoet aan liquiditeitsproblemen die ontstonden door de coronamaatregelen. In het ‘Besluit noodmaatregelen coronacrisis’ zijn de voorwaarden voor uitstel van betaling opgenomen.[1] Dit besluit is gedurende de coronacrisis een aantal keer geactualiseerd. In de actualisatie van juni 2020 is als voorwaarde voor uitstel van betaling toegevoegd dat geen bonussen en dividenden mochten worden uitgekeerd gedurende het uitstel van betaling. De voorwaarden voor uitstel van betaling kwamen als volgt te luiden.[2]

Voor deze goedkeuring gelden de volgende zes voorwaarden:

  1. De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel noodzakelijk.
  2. Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan.
  3. Er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd voldaan aan de aangifteplicht.
  4. Het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer belastingen genoemd in goedkeuring 1.
  5. De ondernemer verklaart dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht in de periode vanaf het indienen van het uitstelverzoek totdat het uitstel dat ingevolge deze goedkeuring is verleend wordt ingetrokken of vervalt. Onder bonussen worden mede begrepen winstuitdelingen en andere betalingen die kenmerken van bonussen hebben. Deze voorwaarde ziet niet op bonussen, dividenden en aandelen waarvan de uitbetaling en inkoop na het uitstelverzoek plaatsvindt, maar de daaraan ten grondslag liggende beslissing in 2019 is genomen.
  6. Als de totale belastingschuld ten tijde van ontvangst van het verzoek om uitstel € 20.000 of meer bedraagt is een verklaring van een derde-deskundige vereist die voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in goedkeuring 3.

De betalingsregeling

Enige duidelijkheid over de afbetaling van de opgebouwde belastingschuld kwam eind vorig jaar. Vanaf 1 oktober 2021 verviel het bijzonder uitstel van betaling en moesten ondernemers weer aan hun lopende fiscale verplichtingen voldoen.[3] De ontvanger stelt de ondernemer in de gelegenheid om de opgebouwde belastingschuld af te lossen met een (in de woorden van het kabinet) “ruime” betalingsregeling.[4] De belastingschuld moet worden afgelost in 60 maandelijkse gelijke termijnen vanaf oktober 2022.[5]

De uiterste betaaldatum van de eerste betalingstermijn is 31 oktober 2022 en de belastingschuld moet uiterlijk 1 oktober 2027 volledig zijn afgelost.

De vraag is welke voorwaarden gedurende de betalingsregeling gelden. Duidelijk is dat het de bedoeling is dat ondernemers door de betalingsregeling meer financiële ruimte hebben.[6] Dat is ook noodzakelijk, omdat er méér financiële ruimte nodig is om de opgelopen belastingschulden te kunnen aflossen.

Maar hoe sterk is de financiële ruimte aan banden gelegd? Mogen ondernemers dividenden en/of bonussen uitkeren gedurende de vijf jaar dat de betalingsregeling loopt? In de meest recente versie van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis staat, evenals in de geciteerde versie, dat geen bonussen en dividenden mogen worden uitgekeerd totdat het uitstel wordt ingetrokken of vervalt. Met ingang van 1 oktober 2021 is het uitstel van betaling ingetrokken. Daaruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat het bonus- en dividendverbod alleen gold in de periode waarin voor de lopende verplichtingen uitstel van betaling werd verleend, en niet gedurende de betalingsregeling. Echter in de versie van het Besluit van 26 januari 2022 staat:

“Verleend uitstel van betaling op grond van deze goedkeuring wordt ingetrokken per 1 oktober 2021, met dien verstande dat de ontvanger de ondernemer in de gelegenheid stelt om de belastingschuld met een betalingsregeling af te lossen (zie hiervoor onderdeel 3.5). Voor de volledigheid merk ik op dat daarbij de voorwaarden a. tot en met f. onverkort gelden.”

Na de passage over de betalingsregeling wordt ‘voor de volledigheid’ opgemerkt dat de voorwaarden a tot en met f onverkort gelden. Daaruit wordt in de praktijk afgeleid dat tijdens de betalingsregeling het bonus- en dividendverbod nog geldt. Het is echter de vraag of het de bedoeling van het kabinet is dat ondernemers gedurende deze vijf jaar geen bonussen en ook geen dividenden mogen uitkeren. Zo’n vergaand besluit voor ondernemers verdient een gedegen onderbouwing en kan mijns inziens niet als een enkele opmerking worden geplaatst. Het is voor ondernemers belangrijk dat duidelijk is aan welke voorwaarden gedurende de betalingsregeling moet worden voldaan.

Maar er hangt nog een ander zwaard van Damocles boven het hoofd van de ondernemer. Voorwaarde is namelijk ook dat de ondernemer tijdig juiste aangiften doet en deze ook tijdig betaald. Vooral het vereiste van een juiste aangifte vind ik ver gaan. Dit omdat regelmatig discussie ontstaat over de fiscale kwalificatie van feiten. Het kan toch niet zo zijn dat, zodra de inspecteur stelt dat een aangifte onjuist is, de betalingsregeling eindigt? Dat gaat toch veel te ver?

Ook kan de betalingsregeling worden beëindigd als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten.[7] Of als evident sprake is van misbruik van de regeling. Voorbeelden van deze situaties worden in de toelichting niet gegeven, zodat onduidelijk is wanneer hiervan sprake is. Ook is nog onduidelijk hoe wordt omgegaan met artikel 25.1.4 van de Leidraad Invordering dat ziet op situaties waarin ‘normaal’ uitstel wordt beëindigd.

Gevolgen

Als de ontvanger stelt dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan dan kan de ontvanger de betalingsregeling beëindigen. Uit de beantwoording van Kamervragen blijkt dat de ontvanger eerst contact op zal nemen met de ondernemer om na te gaan of een oplossing kan worden bereikt.[8] Een betalingsregeling wordt dan ook nooit beëindigd zonder dat de Belastingdienst zich tot het uiterste heeft ingespannen om in contact te komen met de ondernemer, althans zo blijkt uit een recente brief van Staatssecretaris Van Rij.[9] Een dwangbevel en beslaglegging zonder aankondiging voor een coronabelastingschuld mag dus in beginsel niet. Mocht dat wel gebeuren dan kan bij de civiele rechter in verzet worden gegaan tegen het dwangbevel. Uiteraard kan eerst worden gewezen op het aangaan van een gesprek en een poging worden gedaan in overleg tot een oplossing te komen.

Hoe heet de soep daadwerkelijk zal worden gegeten, moet blijken in de praktijk. Heeft u vragen? Neem dan gerust contact op. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet.

 

[1]     Besluit noodmaatregelen coronacrisis, Staatssecretaris van Financiën van 22 april 2020, nr. 2020-849, Stcrt. 23814.
[2]     Besluit van de Staatssecretaris van 16 juni 2020, nr. 2020-12560, Stcrt. 2020, 33211.
[3]     In verband met de nieuwe coronomaatregelen eind 2021 kon wederom gebruik worden gemaakt van de bijzondere regeling voor uitstel van betaling. Terugbetaling van de in die periode opgebouwde belastingschulden valt onder dezelfde betalingsregeling als voor de eerder opgebouwde belastingschulden.
[4]     Besluit noodmaatregelen coronacrisis, Besluit van de Staatssecretaris van 26 januari 2022, nr. 2022-20850, Stcrt. 2022-1588, par. 3.1.
[5]     Besluit noodmaatregelen coronacrisis, Besluit van de Staatssecretaris van 26 januari 2022, nr. 2022-20850, Stcrt. 2022-1588, par. 3.5.
[6] Kamerbrief 11 oktober 2021, Aanpak belastingschulden in verband met corona, p. 9.
[7] Besluit noodmaatregelen coronacrisis, Besluit van de Staatssecretaris van 26 januari 2022, nr. 2022-20850, Stcrt. 2022-1588, par. 3.5.
[8]    Kamerstukken II, 2021-2022, nr 2021D39054, Antwoord op vragen van de leden Idsinga en Aartsen door staatssecretaris Vijlbrief, 15 oktober 2021, via https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2021Z16010&did=2021D39054
[9]    Brief van Staatssecretaris van Financiën, ‘Monitoring fiscale maatregelen in verband met COVID-19’, 11 maart 2022, p. 13-14.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. A.J.C. (Angelique) Perdaems