Spring naar content

#268 Beroepsmatig witwassen: het is niet wat het lijkt

30 mei 2022

Een van de delicten die wij in onze praktijk het meeste tegenkomen, is witwassen. Dit feit komt in allerlei smaken. Naast het ‘gewone’ type bestaat ook eenvoudig witwassen, schuldwitwassen, het zogeheten gewoontewitwassen en witwassen in de uitvoering van het bedrijf of beroep. Onlangs oordeelde rechtbank Gelderland dat een onderneming zich schuldig had gemaakt aan die laatste variant.[1] Maar was dat wel terecht?

Aan de verdachte rechtspersoon was ten laste gelegd dat zij een geldbedrag dat afkomstig was uit oplichting had witgewassen door dit geld over te maken naar een rekeningnummer op Saint Vincent en de Grenadines. Een deel van dit geld werd vervolgens overgemaakt naar de bankrekeningen van twee medeverdachten. De verdachte rechtspersoon was opgericht door een medeverdachte, die ook de Ultimate Beneficial Owner (UBO) van die rechtspersoon was. De tenlastegelegde gedragingen, die door de natuurlijke persoon waren verricht, konden volgens de rechtbank aan de rechtspersoon worden toegerekend, omdat deze pasten binnen de normale bedrijfsvoering.

Tot nu toe is deze uitspraak goed te volgen. De uitspraak wordt echter interessant bij de volgende overweging: “De rechtbank is verder van oordeel dat [verdachte 1] uitsluitend is opgericht om de criminele herkomst van de op de bankrekening van [verdachte 1] gestorte gelden te verbergen en te verhullen. Het witwassen is dan ook gepleegd in de uitoefening van haar bedrijf.”

Witwassen “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”

Beroeps- of bedrijfsmatig witwassen (artikel 420ter lid 2 Sr) houdt in dat de verdachte zich in de uitoefening van zijn of haar bedrijf of beroep schuldig maakt aan witwassen. Op deze gekwalificeerde witwashandeling staat een zwaardere straf dan op ‘gewoon’ witwassen (artikel 420bis Sr): bedrijfsmatig witwassen wordt bedreigd met een maximale gevangenisstraf van acht jaar, terwijl voor de standaardvariant maximaal zes jaar geldt. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat artikel 420ter lid 2 Sr is gericht op daders die vanwege hun werk specifieke mogelijkheden hebben om gelden te verhullen en weg te sluizen, en van die mogelijkheden misbruik van maken. Volgens de wetgever kan gedacht worden aan belastingadviseurs, advocaten of bankiers. Beroeps- of bedrijfsmatig witwassen levert een gekwalificeerde vorm van witwassen op, omdat daders hiermee de goede naam van hun beroepsgroep in gevaar brengen en soms ook hun rol van poortwachter verloochenen.

Onterecht bewezen verklaard

Rechtbank Gelderland kwam tot een bewezenverklaring van artikel 420ter lid 2 Sr. Volgens ons is dat onterecht. Hoewel het witwassen viel binnen de bedrijfsvoering van de rechtspersoon, was geen sprake van een verdachte die zijn of haar beroep of bedrijf hiervoor misbruikte. De rechtspersoon was immers speciaal met dit doel opgericht. Kennelijk bestond dus éérst het plan om geld wit te wassen, en is pas daarna de rechtspersoon daarvoor als middel aangewend. Door die chronologie kan geen sprake zijn van misbruik van een (bestaand) bedrijf. Bovendien bood dat bedrijf helemaal geen ‘specifieke mogelijkheden om misdaadgelden weg te sluizen’, zoals dat bijvoorbeeld bij een bankier wel het geval zou kunnen zijn. De rechtspersoon was in dit geval simpelweg een middel om criminele gelden mee te verhullen. Dat levert witwassen op in de zin van artikel 420bis Sr, maar van bedrijfsmatig witwassen is, vinden wij, geen sprake.

Schijn bedriegt

Soms is iets niet zo simpel als het lijkt: dat gedragingen worden verricht binnen een bedrijf, maakt ze niet automatisch bedrijfsmatig. Deze uitspraak maakt duidelijk dat de ratio achter bepaalde strafbaarstellingen altijd in het achterhoofd moet worden gehouden. Stel jezelf telkens de vraag waarom voor een bepaalde formulering is gekozen en binnen welke kaders die moet worden gelezen. Misschien had de wetgever bij nader inzien een heel andere situatie voor ogen dan de casus die voorligt.

Wij zijn benieuwd of de verdediging tegen deze uitspraak in hoger beroep gaat. We houden het in de gaten.

 

[1] Rechtbank Gelderland, 21-04-2022, ECLI:NL:RGBEL:2022:2314.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. L.M. (Luce) Smithuijsen