Skip to content

#277 Binance, bitcoins en beslag: rechtbank verklaart beklag gegrond

01 augustus 2022

De toenemende digitalisering van onze samenleving heeft ook gevolgen voor de uitvoering van het strafrecht. Een van de meest in het oog springende voorbeelden is het beslag op cryptovaluta – én de uitwinning daarvan. Dit levert in de praktijk nogal eens problemen op.

Beslagleggingen door het OM hebben vaak grote gevolgen voor verdachten, maar de mogelijkheden om dit succesvol aan te vechten zijn mede vanwege de marginale toetsing in de beklagprocedure beperkt. Elke rechterlijke uitspraak waarin de bevoegdheden van het OM kritisch worden beoordeeld, juichen wij van harte toe, waaronder ook deze recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam.[1]

Witwassen via cryptotransacties

Het gaat in dit strafrechtelijk onderzoek om een verdenking van witwassen van gelden die wederrechtelijk zijn ontvangen uit de handel in cryptocommunicatiesoftware. Het witwassen zelf zou ook hebben plaatsgevonden via cryptotransacties. Een deel van deze transacties is ontvangen op het Binance account van de verdachte.

Ook wordt in de uitspraak melding gemaakt dat een hoeveelheid bitcoin is ontvangen uit een bitcoinmixer. Dat verdient even een uitstapje, aangezien het gebruik van een bitcoinmixer door FIU-NL als een witwasindicator wordt erkend, omdat daarmee de herkomst van transacties wordt verhuld. Een bitcoinmixer is een online dienst die – tegen een commissiebetaling – bitcoins tegen andere bitcoins wisselt, waardoor de klant de bitcoins in een andere samenstelling terugkrijgt: ze worden “gemixt”. Daarmee wordt voorkomen dat via het openbaar register van de blockchain de herkomst van de bitcoin is te traceren.

Versleutelde chatdiensten

De weliswaar summiere beschrijving van de aard van het strafrechtelijk onderzoek in deze zaak lijkt erop te duiden dat sprake is van een onderzoek dat voortkomt uit het onderzoek naar Sky ECC, een versleutelde chatdienst. De Nederlandse en Belgische politiediensten hebben vorig jaar een maand lang berichten meegelezen op deze chatdienst. Het resultaat was honderden arrestaties en grote beslagleggingen.

Uitlevering door Binance

Zo ook voor deze verdachte, die kennelijk flink wat cryptovermogen aanhield bij Binance. Het OM richtte op grond van artikel 96a Sv een vordering tot uitlevering ter beslagneming aan Binance. Binance werd bevolen om het totale bedrag van de valuta op een cryptocurrency-adres te bevriezen en uit te leveren aan de FIOD. De door Binance uitgeleverde cryptovaluta zijn na uitlevering inbeslaggenomen op grond van artikel 94 Sv en op enig moment door het OM te gelde gemaakt.

Tegen beslaglegging staat beklag open. De toets die de rechter in een beklagprocedure aanlegt, is of het “hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen”.[2] Dit wordt marginaal getoetst; rechters treden niet graag (voortijdig) in het hoofdgeding.

Onvoldoende basis

In een vroeg stadium van een strafrechtelijk onderzoek weet een verdachte vaak nog betrekkelijk weinig. In dit geval heeft de rechtbank de officier van justitie opdracht gegeven om stukken aan het dossier toe te voegen waaruit zou blijken dat de verdachte de gebruiker was van een account en deelnemer was geweest aan (versleutelde) chats. De verdachte ontkende namelijk stellig dat hij deelnemer was aan een aantal chats.

Het nader onderzoek dat vervolgens werd uitgevoerd, gaf voor de rechtbank onvoldoende steun voor de verdenking. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende vast komen te staan dat de verdachte de gebruiker is van het account en deelnemer is geweest van chats zoals opgenomen in het proces-verbaal van verdenkingen.

Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gesteld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het beslag zal bevelen. Het beklag wordt gegrond verklaard.

Beklag gegrond; en dan?

Dat betekent in dit geval: teruggave van het beslag. Maar, dat beslag was in deze kwestie door het OM al te gelde gemaakt. De teruggave van de bitcoins is dan feitelijk niet meer mogelijk. Dus moet de opbrengst van de vervreemding van de bij Binance aangehouden cryptovaluta worden teruggegeven.

De datum van de vervreemding wordt niet vermeld in de uitspraak; gegeven de fluctuaties op de cryptomarkt zal de waarde zich nog even laten raden. De tegenwaarde van de bitcoins wordt in de uitspaak ook niet vermeld.

Dat een vervreemding op een volatiele markt nogal wat discussie kan veroorzaken, spreekt voor zich. Zo vond een verdachte die meende dat zijn tegoed van 585,485 bitcoins aan hem in diezelfde vorm moest worden teruggegeven geen gehoor bij het Hof (en ook niet bij advocaat-generaal Bleichrodt[3] en de Hoge Raad). Deze bitcoins waren in 2014 door het OM vervreemd tegen een waarde van € 268,46 per bitcoin. Dat de verdachte daar ten tijde van de beslissing tot teruggave enkele jaren – en enorme waardestijgingen! – later een punt van maakt, wekt geen verbazing. In de strafrechtspraktijk wordt daar echter niet aan tegemoet gekomen. En dat knaagt aan ons rechtvaardigheidsgevoel.

 

[1] Rechtbank Rotterdam 8 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6005
[2] In dit geval was sprake van beslag op grond van artikel 94 Sv. Bij conservatoir beslag (op grond van 94a Sv) is de toets of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter een verplichting tot betaling van een geldboete of een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.
[3] Conclusie AG Bleichrodt 17 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:249.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. M. (Maaike) Coenen