Spring naar content

#282 Nieuwe maatregelen tegen dividendstrippen: vlees noch vis?

05 september 2022

Onlangs werd bekend dat het kabinet nieuwe maatregelen gaat nemen om dividendstrippen tegen te gaan. Staatssecretaris Van Rij liet al eerder weten streng op te willen treden tegen deze vorm van belastingontwijking. Recent schreef hij een Kamerbrief over de ‘Versterking van de aanpak van dividendstrippen’,[1] waarin hij zijn plannen uit de doeken deed. Het is echter de vraag of de voorgestelde maatregelen voldoende gewicht in de schaal leggen.

Dividendstrippen

Hoe zat het ook alweer? We geven een vereenvoudigd voorbeeld van dividendstrippen: buitenlandse aandeelhouders die dividendbelasting niet mogen verrekenen of terugvragen, brengen hun aandelen vlak voor de dividenduitkering tijdelijk onder bij een Nederlandse partij (bijvoorbeeld door de aandelen uit te lenen). De Nederlandse vennootschap ontvangt vervolgens dividend en mag de hierover betaalde belasting verrekenen of terugvragen. De “opbrengst” wordt tussen partijen verdeeld.

In de praktijk neemt dit fenomeen complexere vormen aan. Het dividend wordt na ontvangst doorbetaald via ingewikkelde structuren, waarbij de transacties via verschillende beurzen en/of jurisdicties kunnen lopen. Het is zo moeilijk voor de Belastingdienst om te achterhalen waar het ontvangen dividend naartoe gaat en dus wie uiteindelijk belang heeft bij het strippen.[2] Toezicht en handhaving is om die reden buitengewoon moeilijk.

In december 2021 merkte belastinginspecteur Buikema tijdens een Rondetafelgesprek in de Tweede Kamer op dat de bestrijding van dit soort feiten volgens hem het paard achter de wagen spannen is.[3] De Belastingdienst meent dat het zwaartepunt in de wetgeving van detectie zou moeten verschuiven naar preventie. In dat kader stelde Buikema voor dat het voor de Belastingdienst mogelijk zou moeten worden om verrekening of teruggaaf te weigeren wanneer sprake is van een doorbetalingsstructuur.

Nieuwe maatregelen

Eind vorig jaar werden zes nieuwe maatregelen voorgesteld waarmee dividendstrippen zou moeten worden tegengegaan. Bij de internetconsultatie kwamen vanuit verschillende hoeken reacties: belastingadviseurs, beurshandelaren, verzekeraars en vermogensbeheerders spraken zich uit. Zij hadden op alle voorgestelde maatregelen iets aan te merken, maar twee van de zes voorstellen werden bijzonder negatief ontvangen.

In de internetconsultatie sprak men zich ten eerste uit tegen het voorstel om als voorwaarde voor teruggaaf of verrekening te stellen dat een partij zowel de juridische als de economische eigendom van een aandeel heeft, omdat het in veel situaties (ook buiten dividendstripping) denkbaar is dat het juridisch en het economisch belang van elkaar gescheiden zijn. Ook het voorstel om een zogeheten “houdsterperiode” in te stellen, kon rekenen op kritiek. Dit voorstel houdt in dat een partij pas recht heeft op dividend als deze de aandelen gedurende een bepaalde periode voorafgaand aan de uitkeringsdatum in juridisch en economisch eigendom heeft gehad. Volgens de belangstellenden zouden beide maatregelen marktverstorend werken en leiden tot overkill, omdat bonafide partijen hierdoor ten onrechte geen teruggaaf of vermindering van de dividendbelasting meer zouden kunnen krijgen.

Naar aanleiding van de internetconsultatie heeft het kabinet besloten om deze twee voorstellen – de meest verstrekkende maatregelen – te laten vallen.[4] Momenteel wordt onderzoek gedaan naar manieren om de resterende vier maatregelen vorm te geven:

  • beperken verrekening of teruggaaf van dividendbelasting (netto rendement/grondslag-benadering);
  • strengere documentatieverplichtingen;
  • wettelijk vastleggen van de peildatum waarop wordt bepaald wie het recht heeft het dividend te ontvangen;
  • introductie van een wettelijke bepaling waarmee kan worden bepaald of een persoon (samen met verbonden partijen) het economisch belang bij de aandelen houdt.

Voorkomen is beter dan genezen

Het is de vraag of deze vier maatregelen voldoende zoden aan de dijk zullen zetten. Uit de consultatie blijkt dat men weinig fiducie heeft in deze alternatieven.

De voorgestelde beperking van de verrekeningsmogelijkheid houdt in dat dividendbelasting alleen nog kan worden verrekend voor zover vennootschapsbelasting is verschuldigd over het dividend na aftrek van de daarmee verband houdende kosten. In de reacties op de consultatie wordt gesteld dat deze maatregel inbreuk maakt op het karakter van de dividendbelasting als voorheffing in binnenlandse situaties. En dat de maatregel daarnaast kan leiden tot overkill. Bovendien brengt het voorgestelde model niet de preventieve werking met zich waar de Belastingdienst om vroeg: de transactie zal naar aanleiding van deze maatregel simpelweg anders worden vormgegeven, zodat bij de partij die het dividend ontvangt geen kosten aan het dividend zijn toe te rekenen.[5] Het recht op verrekening bij een doorbetalingsstructuur blijft intact.

Strengere documentatieverplichtingen en de vastlegging van een peildatum kunnen volgens sommigen leiden tot meer duidelijkheid over wie tot het dividend gerechtigd is, waardoor dividendstrippen beter kan worden bestreden. Anderen zien er echter niet direct het nut van in. Uit de consultatie blijkt dat het laatste voorstel, dat ziet op uitbreiding met verbonden lichamen, vooral veel vragen oproept.

Afgaand op de reacties op de consultatie lijkt geen van de vier opties het bestaande probleem echt te kunnen oplossen. Bovendien heeft de Belastingdienst duidelijk aangegeven dat bestrijding van dividendstrippen vaak moeilijk is en dus meer aandacht moet komen voor preventie. De voorgestelde maatregelen lijken opnieuw te zijn gericht op genezen, terwijl voorkomen het devies is.

Vlees noch vis?

Het kabinet heeft een hele kluif aan de bestrijding van dividendstrippen. Aan de ene kant wil het zo streng mogelijk optreden, maar aan de andere kant kan ook weer niet te hard worden ingegrepen, omdat dan mogelijk bonafide partijen de dupe worden. Daarom is gekozen voor een middenweg, blijkt uit de brief van de staatssecretaris.[6] Of die weg voldoende effect zal sorteren, moet blijken. De preventieve maatregelen die volgens de Belastingdienst nodig zijn om adequaat tegen dividendstrippen op te treden, blijven vooralsnog in ieder geval uit.

 

[1] https://open.overheid.nl/repository/ronl-4e43d2c7e68114cd8a921983f978f62ab90883e8/1/pdf/kamerbrief-versterking-van-de-aanpak-van-dividendstripping.pdf
[2] Zie position paper van de Belastingdienst ten behoeve van het Rondetafelgesprek op 13 december 2021: https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2021A07638
[3] https://debatdirect.tweedekamer.nl/2021-12-13/financien/thorbeckezaal/rondetafelgesprek-fraude-met-dividendbelasting-hybride-15-30/video
[4] Kamerbrief Van Rij 15 juli 2022, Versterking van de aanpak van dividendstrippen, p. 13.
[5] Zie ook de reactie op de internetconsultatie van de Association of Proprietary Traders, https://www.internetconsultatie.nl/dividendstripping/reactie/bac45842-00d9-4286-bb0e-455aec008861
[6] Kamerbrief Van Rij 15 juli 2022, Versterking van de aanpak van dividendstrippen, p. 12-13.

Gepubliceerd door onze specialist:

Sorry, er konden geen items worden gevonden.