Spring naar content

#295 Procesafspraken: appelleren, het kan verkeren

05 december 2022

Het hof Arnhem-Leeuwarden sluit in hoger beroep (alsnog) aan bij procesafspraken die voorafgaand aan de behandeling van de zaak door de rechtbank tussen de officier van justitie en de verdediging waren gemaakt. De verdachten hoeven (alsnog) niet de gevangenis in. Dit, terwijl de rechtbank in eerste aanleg de procesafspraken van tafel veegde en de verdachten veroordeelde tot 5 en 6 jaar gevangenisstraf. Appelleren, het kan verkeren.

Procesafspraken, het woord is al bijna niet meer weg te denken uit de strafpraktijk. De Hoge Raad heeft er inmiddels zijn licht over laten schijnen en geoordeeld dat procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging toelaatbaar zijn, mits de wettelijke regeling en de eisen van een eerlijk proces in acht worden genomen. Hoewel de rechtspraktijk hiermee enige handvatten heeft gekregen om procesafspraken te maken en deze door de rechter te laten beoordelen, is nog veel onzeker.[1] Zoals ook uit het arrest van de Hoge Raad volgt, staat het de rechter vrij zich al dan niet bij procesafspraken aan te sluiten.

Dat het zo verschillend kan uitpakken, laat de zaak van het Arnhemse hof wel zien. Dat weegt de ernst van de bewezenverklaarde feiten volkomen anders dan de rechtbank in eerste aanleg.

De rechtbank – die sowieso al niet uit de voeten kon met de gemaakte procesafspraken (geen wettelijke grondslag) – was van oordeel dat de eis die door het Openbaar Ministerie in overeenstemming met de afspraken was gevorderd, op geen enkele wijze recht deed aan de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze waren begaan. De rechtbank meende dat het doel van algemene preventie op gespannen voet staat met de procesafspraken en wilde ook voorkomen dat het beeld van klassenjustitie zou ontstaan. Er volgden bikkelharde vonnissen, met veroordelingen van 5 en 6 jaar gevangenisstraf, onvoorwaardelijk (met aftrek van voorarrest).

Het Arnhemse hof – dat vanwege het arrest van de Hoge Raad inmiddels wat meer vaste grond onder de voeten had voor het juridisch kader van procesafspraken – veroordeelde de verdachten tot een gevangenisstraf van 720 dagen, met aftrek, waarvan 676 voorwaardelijk. Per saldo geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof is – geheel anders dan de rechtbank – van oordeel dat geen grond bestaat voor het oordeel (van de rechtbank) dat de procesafspraken niet in een redelijke verhouding staan tot de ernst van de feiten die aan de verdachten werden verweten. Geen gevangenisstraf was volgens het hof (wel) passend.

Hoe kan het zijn dat de ene rechter oordeelt dat de eis van de officier van justitie op geen enkele wijze recht doet aan de ernst van de feiten, en de andere rechter (in hoger beroep) die (overeengekomen) eis wel passend acht?

Het hof overweegt dat het – anders dan de rechtbank – rekening houdt met de context waarin de strafbare feiten zijn gepleegd. Het zogenoemde “swipen” was op Curaçao een verdienmodel, dat ook algemeen bekend was, onder meer ook bij de centrale bank en plaatselijke banken. Of die context een verklaring is voor de veel lagere straf van het hof, kan worden betwijfeld. Waarmee overigens niet gezegd is dat die context er niet toe doet. Integendeel. Zo is het bijvoorbeeld in fiscale fraudezaken goed de maatschappelijke context in ogenschouw te nemen, zoals die gold ten tijde van het plegen van de feiten (ooit was het ontduiken van belastingen een volkssport).

Appelleren is riskeren, wordt wel gezegd. In de zaak van het Arnhemse hof viel het oordeel juist alleszins mee. Daarmee blijft onzekerheid nog steeds troef.

Niettemin: het maken van procesafspraken is (onder omstandigheden) de moeite waard. Wij merken in de praktijk dat sommige rechters ook actief wijzen op de mogelijkheid om procesafspraken te maken. Het zou dienstig zijn als de rechter – bijvoorbeeld tijdens een regiezitting – partijen ook enig richtinggevoel meegeeft, indien zij procesafspraken overwegen te maken.

 

[1] Zie ook Hertoghs Beschouwt #292, 14 november 2022 van Luce Smithuijsen: https://hertoghsadvocaten.nl/kennisbank/292-procesafspraken-de-wetgever-aan-zet/

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. P.J. (Peter) van Hagen