Spring naar content

#313 Coronafraude of fout?

24 april 2023

Hoewel de coronapandemie gevoelsmatig al een hele tijd achter ons ligt, heeft het kabinet de adviezen per 10 maart van dit jaar losgelaten naar aanleiding van het OMT-advies. Dat betekent dat ook de afwikkeling van de steunmaatregelen op korte termijn afloopt. Maar dat geldt niet voor de onderzoeken naar “coronafraude” of “NOW-fraude”. Sommige daarvan beginnen pas net.

Steunmaatregelen

In Hertoghs Beschouwt #300 lichtten we al toe hoe het ook alweer zit met de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Deze steunregel maakte het voor ondernemers mogelijk om een groot deel van de loonkosten vergoed te krijgen, indien tenminste 20% omzetverlies werd verwacht. Het doel van de regeling was om zoveel mogelijk ontslagen te voorkomen en te faciliteren dat banen – en daarmee inkomens – werden behouden.

Het nadeel van de regeling is dat het voorschot wordt uitgekeerd op basis van een te verwachten omzetverlies. Dit terwijl pas achteraf wordt vastgesteld of daadwerkelijk sprake was van dusdanig fors omzetverlies dat maakt dat het voorschot terecht was. Zowel voor NOW-periode 5 als NOW-periode 6 geldt dat nog tot en met 2 juni 2023 de definitieve vaststellingsaanvraag voor de NOW-steun kan worden ingediend. Voor (een deel van de) NOW-voorschotten die voor die periodes zijn verstrekt, zal dus nog moeten worden vastgesteld of die al dan niet terecht zijn geweest. Zo niet, dan zullen de voorschotten moeten worden terugbetaald. Dat geldt ook als de definitieve vaststellingsaanvraag niet wordt ingediend.

Met de NOW-regeling kunnen grote bedragen gemoeid zijn, nu deze samenhangt met de omzet van een onderneming. Daarnaast zijn er ook nog andere regelingen waar ondernemers een beroep op konden doen. Bijvoorbeeld: de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO).

Coronafraude? Fouten maken mag

Al tijdens de ontwerpfase van de NOW-regeling werd onderkend dat de regeling niet alleen fout-, maar ook fraudegevoelig was. Dat betekent overigens niet dat alle administratieve fouten direct red flags zijn die duiden op (mogelijke) coronafraude. Omdat de regelgeving niet altijd duidelijk was, is het niet vreemd dat er fouten of vergissingen worden gemaakt. Het daar vervolgens al te rigide mee omgaan en de daaropvolgende verplichting tot terugbetaling van het onterecht verkregen voorschot, brengt ondernemers alleen maar verder in de problemen. En dat is nu juist waar de steunmaatregelen niet voor bedoeld zijn. Fouten maken mag. Dat is niet straf- of beboetbaar.

Dat onderkende de Ombudsman ook al in het eerste “coronajaar”. Hij riep juist op coulant met die situatie om te gaan en maatwerk te leveren aan ondernemers als het gaat om de terugbetaling van de steunmaatregelen als er fouten zijn gemaakt. Het is in zo’n geval van belang om met alle betrokken overheidsinstanties tot een goede terugbetalingsregeling te komen. Het is onze ervaring dat daarover in de praktijk met bijvoorbeeld de Belastingdienst goede afspraken te maken zijn.

Coronafraude: red flags

In sommige gevallen ontstaat een verdenking bij het Openbaar Ministerie van misbruik van de steunmaatregelen. In de praktijk blijken verschillende instanties meldingen te maken van mogelijke fraude met deze maatregelen. Zo zijn er voorbeelden van onderzoeken die zijn gestart naar aanleiding van meldingen van de “arbeidsinspectie” (inspectie ISZW) en het UWV. Recent startte de FIOD nog een dergelijk onderzoek met een verdenking van NOW-fraude en omzetbelastingfraude. En ook deze maand nog startte zij een onderzoek op basis van een aangifte van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vanwege een vermoeden van onjuiste aanvragen Tegemoetkoming Vast Lasten (TVL). Daarnaast is het niet ondenkbaar dat er onderzoek wordt gedaan naar schending van de Wwft-verplichtingen bij een vermoeden van coronafraude bij een dienstverlener.

In dergelijke situaties wordt onderzoek gedaan door de FIOD naar bijvoorbeeld het valselijk opmaken (artikel 225 Wetboek van Strafrecht) van een verzoek om toepassing van een steunmaatregel en naar het witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht) van (onterecht) verkregen voorschotten. Dat zijn stevige verdenkingen met mogelijk verstrekkende gevolgen voor de betrokkenen.

Impact strafrechtelijk onderzoek

Verschillende vragen spelen een rol om te beoordelen of daadwerkelijk strafrechtelijk verwijtbaar is gehandeld. Op basis van welke informatie is de aanvraag gedaan door partijen? En hebben zij zich van advies laten voorzien door een externe adviseur, zoals bijvoorbeeld als verweer is aangevoerd door de van NOW-fraude verdachte “vliegautobouwer”? Of hebben partijen wellicht contact gehad met een overheidsinstantie en op basis daarvan geacteerd? Overigens levert de vraag hoe het omzetverlies – zeker in het geval van ondernemingen in een startende fase – moet worden bepaald ook de nodige discussie op in de praktijk.

Dergelijke onderzoeken zijn zeer belastend voor ondernemers die hun tijd – vanzelfsprekend – aan andere zaken willen besteden. Niettemin kan zo’n onderzoek door het Openbaar Ministerie een acute impact hebben op de onderneming. Zeker indien zoiets publiek bekend raakt en de relatie met verschillende dienstverleners – zoals de bank of de accountant – onder druk komt te staan. In het geval het Openbaar Ministerie beslag legt op vermogensbestanddelen en (zakelijke) rekeningen kan ook de continuïteit van de onderneming in gevaar komen. Naast het zeer belastende strafrechtelijk onderzoek kan deze zogenaamde “collateral damage” een bedrijf flink in de problemen brengen. In die gevallen is het van belang om snel te acteren om zoveel mogelijk verdere schade van het onderzoek voor de onderneming te voorkomen.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. G.M. (Mariëlle) Boezelman