Spring naar content

#314 Vrijspraak ambtelijke corruptie: politieke partij steunen mag

01 mei 2023

Wat brengt de corruptiezaak tegen Richard de Mos e.a. ons?

Ambtelijke corruptiezaken zijn ingewikkeld, feitelijk en kennen een hoog politiek gehalte. Op 21 april 2023 zijn Richard de Mos en zeven medeverdachten, onder wie twee cliënten, integraal vrijgesproken van ambtelijke corruptie en deelname aan een criminele organisatie.[1] Het is een uitgebreid vonnis van de Rechtbank Rotterdam, met een hoog rechtsstatelijk gehalte.

Op het eerste gezicht een mooi succesverhaal waarbij voor cliënten eerherstel heeft plaatsgevonden. Maar wie beter kijkt, ziet dat het strafrecht uiteindelijk toch vooral verliezers kent. Een vrijspraak voelt bijna altijd wrang gelet op de lijdensweg die daarvoor moet worden afgelegd. De media hebben daarin een belangrijke rol. En hoewel de jubeltoon en de effecten van deze zaak op de politiek in Den Haag op dit moment de boventoon voeren in de media is het ook goed om aandacht te besteden aan een aantal juridische onderdelen uit het vonnis. Want hoe zit het nu eigenlijk met het doen van partijdonaties? Mag je als ondernemer een partij financieel steunen of loop je dan het risico te worden verdacht van ambtelijke omkoping?

Gift aan ambtenaar: wanneer ambtelijke corruptie?

Van actieve ambtelijke omkoping, ofwel ambtelijke corruptie, is sprake als aan een ambtenaar een gift, dienst of belofte wordt gedaan met het oogmerk deze ambtenaar iets te laten doen of nalaten. Hiervoor is voldoende dat met de gift een voorkeursbehandeling wordt beoogd. In deze ambtelijke corruptiezaak ging het met name om de vraag of raadsleden/wethouders waren omgekocht met donaties aan hun politieke partij. De eerste vraag is dan ook of een bijdrage aan een politieke partij een gift is aan een ambtenaar.

Het begrip gift wordt ruim geïnterpreteerd door de Hoge Raad. In dit kader wordt veelal naar een arrest van de Hoge Raad uit 1916 verwezen.[2] Uit dit arrest wordt de conclusie getrokken dat elk overdragen aan een ander van iets dat voor deze ander waarde heeft, kan kwalificeren als een gift. Dit arrest ziet overigens enkel op de interpretatie van het woord gift in relatie tot het Burgerlijk Wetboek, in de situatie dat een gift rechtstreeks wordt gedaan aan de persoon of ambtenaar in kwestie.

Een belangrijke vaststelling is dat een politieke partij geen ambtenaar is. Dus in zoverre is een bijdrage aan een politieke partij geen gift aan een ambtenaar zoals bedoeld in de ambtelijke corruptie bepalingen. Uit de wetsgeschiedenis volgt echter dat een gift niet rechtstreeks aan de ambtenaar gedaan hoeft te worden. Zo kan deze gift ook worden gedaan via een tussenpersoon. De gift wordt dan indirect aan de ambtenaar gedaan, maar is wel rechtstreeks voor de ambtenaar in kwestie bedoeld. Ook daar was in de onderhavige zaak geen sprake van, want de partijdonaties zijn ook ten goede gekomen aan de desbetreffende politieke partij.

Wat mij als advocaat opviel bij de voorbereiding van deze zaak is dat in de vakliteratuur naar een arrest wordt verwezen om te onderbouwen dat een gift aan een derde ook kan kwalificeren als een gift aan een ambtenaar, omdat geen sprake hoeft te zijn van een persoonlijke bevoordeling. Zo staat bijvoorbeeld in Tekst & Commentaar: ‘een ambtenaar kan ook worden omgekocht door een gift bestemd voor een kerkelijk zangkoor’.[3] Hierbij wordt verwezen naar een arrest uit 1910.[4]

Wat mij betreft kan die conclusie helemaal niet uit dit arrest worden getrokken. In dit arrest gaat het namelijk niet om een ambtenaar, maar om iemand die een geldbedrag krijgt om in ruil daarvoor een stem uit te brengen. Het bedrag wordt rechtstreeks aan de betreffende persoon gegeven. Het enige wat de Hoge Raad overweegt, is dat de verdachte had toegelicht dat hij de gift niet voor zichzelf had aangenomen maar voor zijn kerkkoor. Op basis hiervan oordeelt de Hoge Raad dat de (uiteindelijke) bestemming van de gift het strafbare karakter niet kon wegnemen. Belangrijk is wat mij betreft dat in deze zaak dus wél sprake van een rechtstreekse gift aan de omgekochte persoon.

In de zaak van De Mos oordeelt de rechtbank dat de partijdonaties zelf geen gift aan een ambtenaar zijn. De rechtbank overweegt wel dat het niet volstrekt onaannemelijk is dat met de partijdonaties enige niet-geldelijke waardeoverdracht heeft plaatsgevonden, omdat een goed gevulde partijkas wellicht leidt tot meer bekendheid, status en trotse gevoelens.[5] De gift aan de ambtenaar bestaat daarom in deze zaak uit een niet-geldelijke waardeoverdracht via de partijdonaties. Dit oordeel is dan vervolgens weer van belang voor de beoordeling van het oogmerk, ofwel de bedoeling van de gever.

Partijdonaties van belang voor de democratie

Belangrijk aan het vonnis is verder dat de rechtbank het belang van partijdonaties onderkent. Zeker op gemeentelijk niveau zijn partijen in campagnetijd sterk afhankelijk van donaties omdat zij (anders dan nationale partijen) geen overheidssubsidie ontvangen. Lokale partijen die landelijk niet zijn vertegenwoordigd, staan hierdoor automatisch op achterstand. Zij kunnen niet leunen op de (financiële) infrastructuur die hun landelijke tegenhangers wel hebben. En campagnevoeren is duur.

Overigens is het sponsoren van partijen mijns inziens een belangrijke vorm van politieke betrokkenheid. Volgens de Europese Commissie voor Democratie voor Recht van de Raad van Europa zijn donaties aan politieke partijen een vorm van politieke participatie in de zin van artikel 11 EVRM, een mensenrecht dus![6] Hieraan mogen daarom niet te veel beperkingen worden opgelegd. Ook de rechtbank erkent het democratisch belang van partijdonaties en wil ook niet dat ondernemers door deze zaak worden afgeschrikt om te doneren vanwege een mogelijke verdenking van ambtelijke corruptie. Maar daarvoor moet er echt meer aan de hand zijn. Marianne Zwagerman schreef hierover een treffende column in De Telegraaf.[7] Voor de ondernemers in de zaak De Mos is in elk geval vastgesteld dat hun partijdonaties niet met kwade, maar juist met goede bedoelingen zijn gedaan en dus geen sprake is van ambtelijke corruptie.[8] Het vonnis kent nog diverse interessante overwegingen over de reikwijdte van ambtelijke corruptie, maar voor nu wilde ik er het punt van de partijdonaties uitlichten.

Tot slot beantwoordt de rechtbank nog met een paar woorden de vraag of deze corruptiezaak überhaupt wel in het strafrecht thuishoort. De titel van die alinea is glashelder: “Het strafrecht is niet de oplossing”. Daar ben ik het volledig mee eens. Op dit moment ligt een wetsvoorstel klaar dat regels geeft over de subsidiering van lokale partijen. Daarbij wordt een donatieplafond voorgesteld dat is bepaald op € 20.000 per persoon.[9] Dit biedt in elk geval meer houvast voor de toekomst. Wat mij betreft is de politiek nu aan zet en niet het Openbaar Ministerie.

[1] Rechtbank Rotterdam d.d. 21 april 2023 ECLI:NL:RBROT:2023:3199 (en 3266 t/m 3272)
[2] Hoge Raad d.d. 25 april 1916, W 9970, NJ 1916, p. 551, besliste de HR dat het doen van een gift niet alleen is schenken uit vrijgevigheid, maar omvat elk overdragen aan iemand van iets dat voor hem waarde heeft.
[3] T&C, commentaar op artikel 363 Wetboek van Strafrecht, onderdeel 10.a.
[4] Weekblad van het Recht, 31 januari 1910

[5] Rechtbank Rotterdam, 21 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3270, r.o. 3.5.4
[6] OSCE/ODIHR and Venice Commission, Guidelines on political party regulation, 25 oktober 2010, CDL-AD(2010)024, paragraaf 170.
[7] De Telegraaf, 27 januari 2023, ‘Zaak-De Mos rampzalig voor ondernemend Nederland’ door Marianne Zwagerman.
[8] Rechtbank Rotterdam, 21 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3270, r.o. 3.8.3.
[9] Tweede Kamer der Staten Generaal, Wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet financiering politieke partijen in verband met de evaluatie van deze wet (Evaluatiewet Wfpp)’

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. J.N. (Judith) de Boer