Spring naar content

#345 Beroepsorganisaties r(ichtsn)oeren de trom!

22 januari 2024

In de opsporing van fraude is de focus van het onderzoek verschoven van de aanpak van ondermijning naar de informatievergaring bij Wwft-instellingen. Wwft-instellingen gaan meer en meer een bron vormen voor strafzaken die door de FIOD en het Functioneel Parket worden opgepakt. Met de recente overeenstemming tussen de Europese Raad en het Europees Parlement over een nieuw AML-package wordt de druk op Wwft-instellingen alleen maar groter. Kortom, ook in 2024 blijft het belangrijk om de ontwikkelingen in de Wwft in de gaten te houden en ervoor te zorgen dat het Wwft-beleid up-to-date blijft. In deze editie van Hertoghs Beschouwt bespreekt Anke Feenstra enkele relevante aanpassingen in de Richtsnoeren voor de interpretatie van de Wwft voor accountants en belastingadviseurs. Deze richtsnoeren zijn op 5 december 2023 geactualiseerd.

Richtsnoeren Wwft NBA/NOB/RB

Met de richtsnoeren voor de interpretatie van de Wwft hebben de NBA, NOB en RB[1] een zeer gedetailleerd en praktisch document opgesteld, waarmee ook andere Wwft-instellingen hun voordeel kunnen doen als er vragen zijn over de implementatie van Wwft-beleid. Zo roeren de beroepsorganisaties de trom. In deze richtsnoeren wordt ook een aantal situaties benoemd waarbij de beroepsorganisaties onderling of met de Ministeries en toezichthouder van mening verschillen over de interpretatie van de Wwft. De vorige versie van deze richtsnoeren dateerde van 8 december 2020.

Procesvrijstelling

In de nieuwe Richtsnoeren is de procesvrijstelling voor fiscale rechtsbijstand verder uitgewerkt (paragraaf 4.6.1.). De procesvrijstelling is van toepassing op instellingen zoals genoemd onder artikel 1a, lid 4, sub a Wwft (belastingadviseurs). Accountants worden hier niet genoemd. De beroepsorganisaties gingen er evenwel steeds vanuit dat de vrijstelling ook geldt als andere beroepsbeoefenaren dan belastingadviseurs fiscale rechtsbijstand verlenen (bijvoorbeeld de accountant die fiscale rechtsbijstand verleent). Een dienstverlener, zoals de belastingadviseur, accountant, advocaat of notaris, kan kennelijk van ‘kleur’ verschieten als hij diensten verleent die buiten zijn kernactiviteiten liggen en passen bij een andere poortwachter. In de vorige versie is nog benoemd dat dit zou worden afgestemd met de Ministeries en het BFT. Aangezien die opmerking over overleg is verdwenen, staat die interpretatie klaarblijkelijk niet meer ter discussie. In de voetnoot hierbij is wel de vraag gesteld hoe de objectiviteit van de accountant zich verhoudt tot belangenbehartiging. Het vanuit de VGBA[2] voor accountants verplicht gestelde fundamentele beginsel van objectiviteit kan in het bijzonder worden bedreigd door belangenbehartiging.

Vertegenwoordiging

Interessant is ook de afstemming die heeft plaatsgevonden met het BFT over de verificatie van de identiteit van de vertegenwoordiger van een rechtspersoon (paragraaf 6.8.5). Uitgangspunt is vanzelfsprekend een legitimatiebewijs, maar als dat niet geverifieerd kan worden, kan ook worden gedacht aan twee van de volgende verificatiemiddelen:

  • Jaarverslag (met foto van de vertegenwoordiger);
  • Vermelding op de website van de cliënt;
  • LinkedIn-profiel;
  • Communicatie via een telefoonnummer van de cliënt;
  • E-mails vanuit een e-mailadres van de cliënt met een e-mailhandtekening;
  • Een artikel in de media.

Hoewel de implementatie van de Wwft maatwerk is, ontbreekt het vaak aan concrete handvatten. Toezichthouders onthouden zich vaak van praktische tips. Het is prettig dat deze praktische handreikingen door beroepsorganisaties worden afgestemd met de toezichthouder en in richtsnoeren worden vastgelegd. Daar kan iedere Wwft-instelling zijn voordeel mee doen.

Verschil van mening

Voor de dagelijkse praktijk is relevant om te weten dat de beroepsorganisaties op een aantal punten van mening verschillen met de Ministeries en toezichthouder (bijvoorbeeld paragraaf 7.4.3.). Een belangrijk aspect betreft de observaties omtrent de meldplicht en fraude, zoals onjuiste belastingaangiften, waarbij niet kan worden vastgesteld dat deze opzettelijk onjuist zijn ingediend, en de meldplicht bij de inkeerregeling. Ook menen de beroepsorganisaties dat het niet noodzakelijk en zelfs niet aan te bevelen is om Wwft-meldingen van hun Wwft-plichtige cliënten te bespreken of op te vragen (paragraaf 9.8.2.). De geheimhoudingsplicht in de Wwft is zeer strikt en de beroepsorganisaties zijn niet overtuigd van de argumenten van het BFT om die te doorbreken in het kader van een cliëntenonderzoek. Het is goed dat de beroepsorganisaties deze observaties delen. Als een Wwft-instelling hierover in discussie raakt met de toezichthouder dan kan deze naar deze richtsnoeren verwijzen. Hoewel daarin geen dwingende bepalingen staan, meen ik dat aan een individuele Wwft-instelling geen sanctie mag worden opgelegd op het moment dat over dergelijke punten discussies ontstaan met de toezichthouder.

Actualiteiten

Naast de nieuwe richtsnoeren is ook de lijst met hoogrisicolanden weer geactualiseerd. In de nieuwste lijst zullen de Kaaimaneilanden en Jordanië worden verwijderd. Ten slotte zullen wij ook de ontwikkelingen op Europees niveau nauwlettend volgen. Als de wetgeving wordt goedgekeurd, zullen weer meer entiteiten als Wwft-instellingen worden aangemerkt. Een belangrijke categorie zijn voetbalclubs en -agenten. Daarnaast wordt het cliëntenonderzoek voor vermogende particulieren opgevoerd en komt er een verbod op contant-geldtransacties van meer dan € 10.000.

[1] Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants, Nederlandse Orde van Belastingadviseurs en Register Belastingadviseurs.
[2] Verordening gedrags- en beroepsregels accountants.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. A.A. (Anke) Feenstra