Spring naar content

#347 Cryptoactiva in de inkomstenbelasting: zorg voor vastlegging!

05 februari 2024

Of het nu komt door persoonlijke ervaringen of door verhalen van vrienden, inmiddels lijkt niemand meer aan de razende trein van crypto te ontkomen. Cryptoactiva hebben de afgelopen jaren aanzienlijke aandacht getrokken en zijn uitgegroeid tot een prominent onderdeel van de financiële wereld. Zoals dat gaat met alles wat nieuw is en waarmee geld valt te verdienen, pikt ook de Belastingdienst graag een graantje mee. Nu vanaf 1 maart 2024 weer de aangifte over het jaar 2023 kan worden ingediend, gaat Antoine Blomen in deze Hertoghs Beschouwt nader in op de laatste ontwikkelingen ten aanzien van cryptoactiva in de fiscaliteit.

Informatie-uitwisseling

De populariteit van crypto is mede te danken aan de (pseudo)anonimiteit. Veel mensen verkeren in de veronderstelling dat de Belastingdienst geen informatie heeft over de cryptoactiva die zij bezitten. Toch moeten de platformen die in Nederland cryptodiensten aanbieden zich al vanaf 2020 registreren in het Register van aanbieders van cryptodiensten van de Nederlandsche Bank en vallen zij dus onder de Wwft. Vanaf 2026 zorgt de invoering van de DAC8-richtlijn ervoor dat de Europese aanbieders van cryptoactiva-diensten verplicht zijn om jaarlijks informatie te verstrekken aan de eigen Belastingdienst. Deze informatie wordt vervolgens tussen de belastingautoriteiten binnen Europa gedeeld.[1] Met andere woorden: waar nu de (binnenlandse en buitenlandse) bankrekeningen alvast staan ingevuld in de vooraf ingevulde aangifte, gaat dit in de toekomst waarschijnlijk ook gebeuren met cryptoactiva.

Inkomstenbelasting

Duidelijk is dus dat de Belastingdienst op de hoogte kan raken van het bezit van cryptoactiva. Maar hoe verder?

Interessant hiervoor is de zaak die speelde in de op 17 januari jl. gepubliceerde uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.[2] In deze zaak werd door belanghebbende een vrijwillige verbetering gedaan ten aanzien van één bitcoin-adres met 165 bitcoins in box 3. Na een informatiebeschikking en onderzoek van de inspecteur zelf naar de transacties van het aangegeven adres, werden uiteindelijk nog drie andere bitcoin-adressen aan belanghebbende toegerekend. Omdat hierop crypto was ontvangen van een digitaal handelsplatform waarop drugs konden worden verhandeld, merkte de inspecteur de bitcoins aan als resultaat uit overige werkzaamheden. Het gevolg is dat deze in box 1 werden belast in plaats van in box 3. Op het eerste oog lijkt deze zaak reden tot zorg. Cruciaal was echter het ontbreken van sluitende documentatie waarmee belanghebbende had kunnen aantonen hoe de bitcoins waren gekocht. Nu had de inspecteur eigen onderzoek verricht naar de transacties.

Dat het bezit van crypto – fiscaal – echter ook anders kan uitwerken, blijkt uit een zaak die speelde bij de Rechtbank Noord-Holland.[3] De belastingplichtige had bezwaar gemaakt tegen de box 3-heffing over zijn cryptoactiva aangezien de waarde hiervan op het eind van het jaar significant gedaald was ten opzichte van de waarde op de peildatum van 1 januari. In plaats van een positief rendement, was dus een negatief rendement behaald met de cryptoactiva. De belastingplichtige kon dit keurig aantonen met bescheiden. De rechtbank schoof de Wet rechtsherstel box 3 dan ook terecht aan de kant en bepaalde het rendement op nihil.

Voorkomen is beter dan genezen

Voor de meeste mensen zullen cryptoactiva niet veel meer zijn dan een belegging. Die wordt door de Belastingdienst in box 3 gekwalificeerd als overige bezittingen. In beginsel is hier dan ook fiscaal geen apart regime voor nodig. Wel blijkt uit de jurisprudentie dat het verstandig is om te zorgen voor een degelijke vastlegging zodat inzicht kan worden gegeven in de aan- en verkoop en de transactiegeschiedenis. Ook kan zo het daadwerkelijk behaalde rendement worden bepaald. Op deze manier kunnen eventuele discussies met de Belastingdienst op voorhand worden voorkomen.

Heeft u in eerdere jaren crypto’s niet opgenomen in de aangifte? Een vrijwillige verbetering is een boetematigende omstandigheid! Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar onze expertise Crypto en/of kunt u bij onze specialisten terecht.

[1] Zie ook de Hertoghs Beschouwt #336 over de DAC8-richtlijn.
[2] Hof Amsterdam 14 november 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3400.
[3] Rechtbank Noord-Holland 14 september 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:10669.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. A.H.G.M. (Antoine) Blomen