Spring naar content

#354 Het is stil aan de overkant

25 maart 2024

Een buitenparlementair kabinet komt in beeld. Op belastinggebied kan een nieuwe regering in elk geval flink aan de bak. Veel gedupeerde toeslagenouders wachten nog op afwikkeling van hun schadedossier. Nog een hoofdpijndossier voor zowel verleden als toekomst: de box 3-heffing. De fiscale rechtsbescherming van de belastingplichtige is verder dringend aan verbetering toe. Bezwaar- en beroep mogelijkheden dienen te worden verruimd. En de bezwaartermijn van zes weken is veel te kort. Dan de per 1 januari 2024 ingevoerde ‘woekerbelastingrente’ van 10% voor de vennootschapsbelasting en 7,5% voor de andere belastingen: absurd. And last but not least de coronabelastingschulden vragen om drastische sanering. De Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) die nu twee jaar actief is, kan in al deze kwesties een voortrekkersrol vervullen.

Hoofdpijndossiers: afwikkeling schade aan gedupeerde toeslagenouders en box 3

Het lijkt of er geen eind komt aan deze twee uiterst gevoelige onderwerpen. Het kabinet-Rutte III is er zelfs op gevallen in 2021. Ooit is de toeslagenaffaire begonnen met maandenlange ophef in de media en Tweede Kamer over precies het omgekeerde: fraude met toeslagen. Men sprak schande van een groep Bulgaren, die met behulp van valse arbeids- en huurcontracten toeslagen ontvreemden voor uiteindelijk een schadebedrag van 3,8 miljoen euro. Kamerfracties eisten harde maatregelen. Pieter Omtzigt is een van hen: “Het bestrijden van fraude moet topprioriteit zijn”. ‘Zero tolerance’ wordt voortaan het devies.

Met instemming van bijna alle fracties en met steun van de media worden vanaf 2013 snoeiharde fraudewetten aangenomen en harde handhaving volgt. Dan in 2020 komt via Trouw en RTL Nieuws de Toeslagenaffaire naar buiten. Omtzigt en Leijten (SP) zijn verbijsterd over de snoeiharde klopjacht die ze zeven jaar daarvoor nog per motie hebben aangevraagd. Nijboer (PvdA) die de fraude eerder “vergif onder het draagvlak van sociale voorzieningen” noemde en eiste dat fraudeurs “worden aangepakt” is eveneens verbijsterd: “mensen zijn enorm de vernieling in geholpen”. Rob Wijnberg beschrijft dit alles heel helder in zijn in 2023 verschenen boek ‘Voor ieder wat waars’[1].

Op dit moment vragen media en politiek zich af waarom de schadeafwikkeling aan gedupeerde ouders toch zo lang duurt. Het vaststellen van de omvang van (vervolg)schade is blijkbaar niet eenvoudig. En zijn er wellicht ook ‘kwaadwillenden onder de goeden’. Ik kijk toch even in de glazen bol van de toekomst en voorspel dat er ooit een parlementaire enquête zal komen met als uitkomst dat er in de ogen van de parlementaire enquêtecommissie te royaal is gestrooid met vergoedingen. Dit in combinatie met de observatie dat slachtoffers te lang in onzekerheid zijn gelaten. Ook dan zullen diezelfde media en politiek weer moord en brand schreeuwen.

De box 3-saga is eveneens boeiend. Te lang bleven diverse staatssecretarissen gesteund door het parlement met wetgeving doorgaan die niet deugde. Belasting heffen over rendement dat je (jarenlang) niet haalt, dat gaat een keer verkeerd. Uiteindelijk werd dit – zij het pas laat – afgestraft door de Hoge Raad, en als overheid wordt men dan terecht geconfronteerd met juridische discussies uit het verleden. Een vermogensrendementsheffing hoort simpelweg het werkelijk behaalde rendement te treffen. Alternatief is de aloude vermogensbelasting[2] van vroeger weer in te voeren.

Bezwaar en beroep (termijnen) verruimen

Vanwege het zogeheten ‘gesloten stelsel’, kan de belastingplichtige alleen bij de fiscale rechter terecht als tegen een besluit expliciet bezwaar en beroep openstaat, wat geheel afwijkt van de praktijk in het ‘algemene’ bestuursrecht. Ik zie geen reden om voor het belastingrecht een uitzondering te maken. Er zijn nu veel ingrijpende ‘besluiten’ waar de belastingplichtige geen recht kan halen bij de belastingrechter. Denk bijvoorbeeld aan de intrekking van het btw-identificatienummer van een ondernemer. Ook als deze de afgelopen vijf jaar te veel btw heeft betaald, kan die slechts via een ambtshalve teruggaafverzoek worden teruggevraagd. Verder wachten we nog steeds op de mogelijkheid om in bezwaar en beroep te kunnen gaan tegen besluiten van de Ontvanger, zoals bijvoorbeeld de weigering om uitstel van betaling te verlenen.

Dan de veel te korte bezwaar- en beroep termijn, al helemaal in combinatie met de verzending per gewone post van aanslagen. De postbezorging verloopt lang niet altijd vlekkeloos en de belastingplichtige loopt hier een behoorlijk risico dat niet binnen zes weken bezwaar kan worden gemaakt. Voor ‘Mister’ bestuursrecht prof M. Scheltema[3] is dit ook een doorn in het oog, zo blijkt uit een interview met hem in Advocatie in 2023. Scheltema: “De AWB moet echt leiden tot bescherming van de burger. Onder het mom van harmonisatie van het bestuursrecht werden er namelijk ook inhoudelijke keuzes gemaakt waar de burger niet altijd bij gebaat is.” Scheltema doelt op de bezwaartermijn van zes weken. Waarom zou dat voor financiële beschikkingen blijven gelden? Hij stelt dat dit veel langer zou kunnen. Ik ben dat geheel met hem eens. Minimaal drie maanden, zeg ik dan.

Absurd hoge te betalen belastingrente: woekerpraktijken

Tijdens de coronacrisis was er lucht voor belastingplichtigen met de belastingrente. Inmiddels is deze weer fors gestegen en is per 1 januari 2024 een nieuw systeem gekomen voor het vaststellen van de rentepercentages. Voorheen was de belastingrente gekoppeld aan de wettelijke rente en wijzigde die meerdere malen per jaar.

De rentepercentages worden voortaan slechts eenmaal per jaar vastgesteld, gebaseerd op de laatst gepubliceerde ECB-rente voor 31 oktober van dat jaar en treden in werking per januari van het daaropvolgende jaar[4]. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting wordt vastgesteld op de ECB-rente voor basisfinancieringstransacties, verhoogd met 5,5% procentpunt. De ECB heeft op 26 oktober 2023 het rentepercentage voor basisfinancieringstransacties vastgesteld op 4,5 procent. Op basis van de nieuwe systematiek bedraagt de belastingrente voor de vennootschapsbelasting per 1 januari 2024 10%! (4,5% ECB rente plus 5,5%). In 2023 was de belastingrente 8% en een beoogde renteverhoging nog bevroren. Daar is nu dus helaas korte metten mee gemaakt. Een rente van 10% gaat alle perken te buiten. Dat vind ik een ‘woekerrente’[5].

Te late betaling mag worden ontmoedigd maar rechtvaardigt geen rente die 3 procespunten hoger is dan de wettelijke rente (nu 7%). Er is al wel eens – tot nu toe tevergeefs – geprobeerd de hoge rente aan te vechten bij de fiscale rechter[6]. Nieuwe pogingen om de per 2024 gekozen systematiek aan te vallen zullen zeker volgen. De belastingrente voor IB, LH, BTW, dividendbelasting etc. wordt vastgesteld op de ECB-rente (4,5%) verhoogd met 3 procentpunt. De belastingrente voor deze belastingen komt daardoor uit op 7,5%. Gelukkig zijn de percentages voor te betalen en ontvangen belastingrente wel gelijk aan elkaar.

De invorderingsrente bedraagt voor alle belastingmiddelen per 1 januari 2024 4%. Hiervoor is gekozen om uitvoeringstechnische redenen. Het wordt aan een volgend (zaken-)kabinet gelaten hoe verder met invorderingsrente om te gaan. Dat gaat dus omhoog, vrees ik.

Afboeken coronabelastingschulden: eenmalige amnestie

Er staat nog een coronabelastingschuld van 11,5 miljard euro uit van 178.000 ondernemers.[7]. In juli 2023 is de Belastingdienst gestart met het intrekken van coronabetalingsregelingen. Wordt de schuld na intrekking niet betaald, dan komt deze in het reguliere invorderingstraject terecht. Dat betekent: een aanmaning (vanaf september 2023) gevolgd door een dwangbevel (vanaf oktober 2023), wat kan leiden tot verrekeningen, loon- en bankbeslag etc.

In de periode tot februari 2024 zijn 40.000 betalingsregelingen ingetrokken waar een totaalbedrag aan coronabelastingschulden van 2,2 miljard euro mee is gemoeid. Circa 17.000 ondernemers hadden voor de coronacrisis ook al een openstaande belastingschuld. Levensvatbare bedrijven komen – ook na intrekking van de betalingsregeling – in aanmerking voor een sanering, dat wil zeggen eenzelfde saneringspercentage dat aan concurrente schuldeisers toekomt. Alle verzoeken die voor 1 april a.s. ontvangen zijn, vallen onder het versoepelde beleid.

De Belastingdienst blijft de totale coronabelastingschuld monitoren. Bedoeling is dat in april 2024 een nadere brief van de staatssecretaris van Financiën volgt over hoe zal worden omgegaan met coronabelastingschulden die binnen de reguliere belastingschulden zijn gebracht. Wat de staatssecretaris opvalt is dat er een groep ondernemers is, die nog steeds niets heeft afgelost en ook geen concrete hulpvraag heeft gesteld aan de Belastingdienst of hulpverlenende instanties.

Van uitstel komt nogal eens afstel. Ik zie dat met de coronabelastingschulden ook gebeuren. Die kosten nu heel veel aandacht van de Belastingdienst. Denk alleen al aan de hoeveelheid administratieve beroep procedures. Bijt door de zure appel heen, kijk wat je nu nog kunt invorderen, en boek de restantschuld af! Eenmalige amnestie.

Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTB)

De inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) bestaat sinds 1 januari 2022[8] en is onderdeel van het Ministerie van Financiën. De IBTD beoordeelt of de rechtsbescherming en de ‘checks en balances’ zodanig werken dat er een overheid staat die naast de burger staat in plaats van tegenover de burger acteert. De IBTD brengt in dat verband rapporten uit die aan de Minister van Financiën worden aangeboden. De hiervoor genoemde onderwerpen zijn allemaal voer voor onderzoek en rapportage!

Conclusie: aan de fiscale bak!

Een nieuwe regering kan vol aan de spreekwoordelijke ‘fiscale bak’.

Met deze bijdrage staan een aantal belangrijke onderwerpen weer in de frontlinie. Als het even stil aan de overkant is, zetten wij veelstemmig het bekende voetballied in.

 

[1] Voor ieder wat waars, Rob Wijnberg, De Correspondent, 2023 blz. 93 e.v. het wrange voorbeeld van de toeslagenaffaire en ‘Zo hadden we het niet bedoeld’, Jesse Frederik, De correspondent, 2021.
[2] Vermogensbelasting werd lange tijd geheven volgens de Wet op de Vermogensbelasting (VB). De VB is in 2001 ingetrokken in het kader van de Belastingherziening 2001.
[3] Advocatie 11 september 2023, Oeuvre Award voor Michiel Scheltema: grootmeester van het bestuursrecht.
[4] www.belastingdienst.nl, Overzicht percentages belastingrente.
[5] RTLnieuws 6 september 2021, Ruim 200.000 klanten ABN krijgen deel ‘woekerrente; terug.
[6] O.a. in RB Zeeland-West-Brabant d.d. 1 juli 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:5573.
[7] Kamerbrief d.d. 7 februari 2024 over stand van zaken betalingsregeling coronabelastingschulden februari 2024.
[8] Werkwijze Inspectie belastingen, toeslagen en douane, gepubliceerd op 14 juli 2022.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. R. (Roelof) Vos