Spring naar content

#360 Emigreren naar een gunstiger klimaat? Niet zo makkelijk!

06 mei 2024

Belastingontwijking door te emigreren? Vorig jaar ontstond de nodige ophef rondom de woonplaats van Max Verstappen. Hij zou Nederlandse belasting ontwijken door in Monaco te wonen en zo niets bijdragen aan de Nederlandse staat. Hoewel deze aantijgingen onterecht zijn en het fiscale woonplaatsbegrip miskennen, leidde dit tot veel reacties in de politiek en media.

Begin dit jaar kwam Oxfam Novib met een rapport waarin wordt gepleit voor een hogere belasting voor extreem rijken.[1] Tijdens een debat afgelopen maand over een extra belasting voor ‘extreem rijken’ zijn vijf moties aangenomen.[2] Eén daarvan ziet op een evaluatie van de doelstellingen, huidige regelgeving en handhavings- en uitvoeringspraktijk rondom de fiscale woonplaats.[3]

Motie over woonplaats

De aangenomen motie over de fiscale woonplaats betreft een gewijzigde motie. De oorspronkelijke versie zag op het verzoek om de Belastingdienst intensiever te laten toetsen of iemand die als buitenlandse belastingplichtige aangifte doet, ook daadwerkelijk buitenlands belastingplichtig is en niet in feite in Nederland woont.[4] Deze motie werd afgeraden door de staatssecretaris van financiën, vanwege zijn toezegging om eerst meer onderzoek te doen naar de praktijk.[5] Dit lijkt ons een goed uitgangspunt: eerst onderzoek doen voordat er allerlei aanpassingen (zoals strikter toezicht) worden doorgevoerd. Onze ervaringen zijn namelijk dat woonplaatsonderzoeken erg intensief zijn en het, volgens het standpunt van de Belastingdienst, haast onmogelijk is om te emigreren.

Wat is de huidige praktijk? En wat zijn de knelpunten wat ons betreft?

Iemands fiscale woonplaats wordt op basis van artikel 4, lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaald ‘naar de omstandigheden’. Dit is een open en vage norm, waarbij wordt gekeken naar de feitelijke omstandigheden. Dit leidt tot een afweging van relevante omstandigheden. Relevant zijn dan bijvoorbeeld de woning, werk, waar familie woont, waar medische behandelingen worden ondergaan, bankrekeningen, abonnementen, lidmaatschap van sportclubs enzovoorts.

Woonplaatsonderzoeken door de Belastingdienst hebben een grote impact op degenen die gecontroleerd worden. Gelet op de vaststelling van de woonplaats moet er volgens de Belastingdienst veel privé-informatie worden aangeleverd. Waar ga je naar de dokter? Waar doe je je boodschappen? Waar wonen je kinderen? Hoe vaak bezoek je je kinderen? Ook bankrekeningen worden opgevraagd en geanalyseerd om te bekijken hoe vaak er pintransacties worden verricht in Nederland. Daaruit komt logischerwijs veel privacygevoelige informatie naar boven. Agenda’s en vliegtickets worden opgevraagd om te kunnen bekijken hoe veel dagen iemand in Nederland is.

Op grond van de jurisprudentie heeft de Belastingdienst feiten en omstandigheden nodig waaruit een redelijk vermoeden van belastingplicht in Nederland blijkt om vragen te mogen stellen over iemands mogelijke woonplaats in Nederland.[6] In de praktijk zien wij dat de inspecteur meent dat daaraan al snel is voldaan. Als iemand in Nederland is geboren, zijn er vanzelfsprekend contacten en banden die met Nederland blijven bestaan, zoals ouders en/of kinderen die in Nederland wonen en financiële producten die in Nederland zijn afgesloten. In de praktijk zien wij dat de inspecteur die aanknopingspunten al voldoende acht om een woonplaatsonderzoek te mogen starten.

Na het aanleveren van informatie neemt de Belastingdienst een standpunt in over iemands fiscale woonplaats. In de praktijk zien wij dat de Belastingdienst bij de beoordeling enkel de omstandigheden in Nederland betrekt. De omstandigheden die zien op het buitenland (een huis, een sociaal netwerk, een partner), worden vaak in het geheel buiten beschouwing gelaten. Dit zorgt voor een onevenredige conclusie. We merken bovendien dat dit bij cliënten veel vragen en onbegrip oplevert. Zij zijn voor hun gevoel daadwerkelijk verhuisd en vetrokken uit Nederland. Dat er dan nog enkele links zijn met Nederland doet voor hun gevoel niet eraan af dat zij daadwerkelijk verhuisd zijn. Er is een behoorlijke mismatch tussen iemands persoonlijke beeld over een situatie en de fiscale blik van de Belastingdienst.

Knelpunten woonplaatsonderzoeken

In de praktijk zien wij een aantal knelpunten in de uitvoering van woonplaatsonderzoeken.

Zoals hiervoor al genoemd worden bij woonplaatsonderzoeken veel privacygevoelige informatie opgevraagd. Daarbij bestaat te weinig rechtsbescherming voor de mogelijke belastingplichtige. In theorie is de informatiebeschikking in het leven geroepen voor dit soort situaties. Door de informatiebeschikking kan een belanghebbende de vragen van de Belastingdienst voorleggen aan een rechter, zodat de rechter kan beoordelen of deze vragen rechtmatig en evenredig zijn. Het doel was om mensen te beschermen tegen onrechtmatige informatieverzoeken van inspecteurs.

In de praktijk is echter bekend dat de informatiebeschikking niet blijkt te werken.[7] Door de achterstanden bij de rechterlijke macht zijn er lange doorlooptijden voor procedures over informatiebeschikkingen. Zolang er geprocedeerd wordt over de informatiebeschikking, blijft ondertussen onzekerheid bestaan over de woonplaats. Dit zorgt voor vele jaren onzekerheid en daar zitten mensen meestal niet op te wachten. Daardoor wordt vaak geprobeerd in onderling overleg afspraken met de inspecteur te maken over de informatieverstrekking waarbij de mogelijke belastingplichtige dan toch maar informatie verstrekt om lange procedures te voorkomen. Dit terwijl hij meent dat die informatie niet hoeft te worden verstrekt.

Daarnaast hebben woonplaatsonderzoeken een grote impact op iemands privacy. De informatie die wordt opgevraagd in een woonplaatsonderzoek is privacygevoelig en raakt de privésfeer van die persoon. Bij het uitvoeren van het onderzoek lijken echter privacy en de rechtsbescherming van ondergeschikt belang voor de Belastingdienst. Bovendien maken we ook nogal eens mee dat de Belastingdienst social mediakanalen nagaat om te kijken waar iemands leven zich bevindt en of daar links met de Nederland zijn te vinden.

Wat ons betreft is dan de privacy ver te zoeken en gaat dit het fiscale onderzoek te buiten. Rechtsbescherming en privacy zouden daarom een grotere rol moeten krijgen in de woonplaatsonderzoeken. Het evenredigheidsbeginsel kan daarin een belangrijke rol spelen. Met name nu de Raad van State heeft geoordeeld dat ook de rechter een beroep op het evenredigheidsbeginsel in volle omvang moet toetsten. Echter lopen we dan weer tegen het knelpunt aan dat het niet mogelijk is een discussie over de informatieverplichting via een snelle procedure aan een rechter voor te leggen.

Aanbevelingen

Terug naar de motie van Idsinga en Van Eijk. Het lijkt ons een goed plan de wettelijke bepalingen en de toepassing in de praktijk rondom de fiscale woonplaats serieus te evalueren. Wij hopen dat bij deze evaluatie dan óók oog is voor zaken zoals privacy en rechtsbescherming en dat dit niet enkel gericht is op zoveel mogelijk belasting heffen. Ook is van belang hierbij in acht te nemen dat de landsgrenzen vervagen en er tegenwoordig steeds meer zogenaamde “wereldburgers” zijn: mensen die op meerdere plekken wonen. Het zou goed zijn om dit mee te nemen bij eventuele aanpassingen voor een toekomstbestendige woonplaatsregeling.

 

[1] Oxfam Novib pleit voor extra belasting voor extreem rijken (nos.nl).
[2] VN-Vandaag 2024/785.
[3] Kamerstukken II 2023-2024, 25 287, nr. 338, Gewijzigde motie van de Leden Idsinga en Van Eijk ter vervanging van die gedrukt onder nr. 334.
[4] Kamerstukken II 2023-2024, 25 287, nr. 334, Motie van de Leden Idsinga en Van Eijk.
[5] Beslisnota staatssecretaris van financiën, 2024-0000225946, 9 april 2024.
[6] Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3603.
[7] Kamerbrief over rapport Onderzoek informatiebeschikking 2023, Ministerie van Financiën. 6 februari 2024.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. M.N.H. (Milou) Hintzen