Op 20 januari 2026 boog de Hoge Raad zich over een witwaszaak met een civiel element, de vorderingen tot een schadevergoeding. De centrale vraag: is het verlies van de beleggers rechtstreeks veroorzaakt door het bewezen witwassen? Het antwoord is nee. De Hoge Raad vernietigt het oordeel en overweegt dat uit de motivering van het hof geen direct causaal verband volgt.
Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:
In deze zaak ontvangt een administratief medewerker in een bepaalde periode € 9.208,58 aan loon. In het dossier staat vast dat binnen de onderneming ook oplichtingsgelden van beleggers zijn rondgegaan en de betreffende medewerker daar wetenschap van had. Het hof verbindt daaraan de conclusie dat drie beleggers (samen € 59.830) hun verlies rechtstreeks aan het witwassen door deze werknemer kunnen toerekenen, en wijst de vorderingen toe. In cassatie wordt het rechtstreekse causale verband aan de orde gesteld: kan het reeds bij de overboeking ontstane beleggersverlies worden ‘gehangen’ aan de latere witwashandelingen van de werknemer?
De crux bij ‘rechtstreekse schade’ is of het nadeel direct voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. De Hoge Raad herhaalt dat alleen schade die overeenkomstig het materiële burgerlijke recht aan de dader kan worden toegerekend, voor voeging in aanmerking komt. In dit dossier ontbreekt het vereiste verband: er is geen koppeling tussen het door de verdachte witgewassen salaris en de door deze beleggers ingelegde bedragen. Dat de verdachte werkzaam was bij de betrokken onderneming en wist dat haar loon uit bedrogen beleggersgelden kwam, is voor het causale verband niet voldoende. Voor zover het hof het witwassen op zichzelf als onrechtmatig jegens deze beleggers aanmerkte, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd.
Lees hier meer: #656: Mijn loon is niet jouw verlies

