Skip to content

Cassatienieuws: rechtseenheid in het bestuursrecht

18 maart 2021

Bestuurszaken worden in hoogste instantie behandeld door de Hoge Raad, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). In de commissie rechtseenheid bestuursrecht vindt afstemming plaats om de rechtseenheid te bevorderen.

 

In het jaarverslag van deze commissie staan de onderwerpen die in het jaar 2020 zijn besproken. Voor de fiscale procespraktijk is bijvoorbeeld van belang dat in navolging van Europese jurisprudentie (Pawlak/KRUS) is afgesproken dat de verzendtheorie niet alleen geldt voor PostNL maar voor alle geregistreerde postaanbieders. Tevens heeft overleg plaatsgevonden voorafgaand aan het overzichtsarrest over verzoeken om stukken geheim te houden op grond van artikel 8:29 Awb (ABRvS 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1367). Ook het arrest van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat voor het eerst in cassatie een beroep kan worden gedaan op artikel 8:42 Awb is door de commissie besproken. Het oordeel dat voor het eerst in cassatie kan worden geklaagd over het niet inbrengen van op de zaak betrekking hebbende stukken wordt dus breed gedragen.

 

Wij vinden het een goede ontwikkeling dat de besproken onderwerpen worden gepubliceerd, omdat inzichtelijker wordt welke arresten steun genieten van de vier hoogste bestuursrechters. Toch dient rechtseenheid in het bestuursrecht geen doel op zich te zijn. Het fiscale (boete)recht wijkt immers op belangrijke punten af van het algemene bestuursrecht.