Spring naar content

#410 De aanpak van btw-fraude: een tunnelvisie in de maak?

02 juni 2025

Recente publicaties, zoals de Jaarrapportage Belastingdienst 2024, het Jaarverslag FIOD 2024 en het Jaarverslag EOM 2024, benadrukken dat de aanpak van btw-fraude centraal staat. Uit deze rapporten blijkt ook dat sprake is van beperkte capaciteit, en dat gekeken wordt naar (meer) technologie en automatisering – ook in internationaal verband. Met de voortschrijdende informatisering en digitalisering ontstaan binnen de Europese Unie nieuwe mogelijkheden voor het gebruik van transactiedata, communicatiegegevens en internationale gegevensuitwisselingssystemen ten behoeve van toezicht en fraudebestrijding.

Dit leidt tot een groeiende vraag naar data. Maar hoe worden de grondrechten binnen de Unie gewaarborgd? Op welke wijze vindt controle op het gebruik van deze data plaats? En hoe wordt tunnelvisie in de opsporing van btw-fraude voorkomen? Tot op heden blijft de overheid hierover grotendeels zwijgen.

Rapport Parlementaire Enquête Kinderopvangtoeslag

Na het rapport Ongekend onrecht van de parlementaire ondervragings-commissie Kinderopvangtoeslag (POK) besloot de Tweede Kamer tot het instellen van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening (PEFD). [1] Uit het PEFD-rapport blijkt dat er structurele tekortkomingen waren in het risicogericht toezicht door de Belastingdienst. De commissie stelde vast dat onder andere een gebrek aan technische en data-analytische vaardigheden hieraan ten grondslag lag.

Risicogericht toezicht – waaronder risicoprofilering – kan een effectief handhavingsinstrument zijn, mits de juiste waarborgen worden toegepast. De commissie constateerde bovendien dat de datakwaliteit in het geval van de FSV en het risicoclassificatiemodel van de Dienst Toeslagen onvoldoende was. De gegevens waren niet altijd accuraat, consistent of betrouwbaar.

Een belangrijke les is dan ook dat bij het gebruik van applicaties, digitalisering en (geautomatiseerde) gegevensuitwisseling, potentiële fouten niet onopgemerkt mogen blijven. Anders leidt dit tot onjuiste risicomeldingen en niet-transparante, mogelijk onrechtmatige besluitvorming.

Toekomstige tunnelvisie bij de opsporing van btw-fraude?

Opsporingsinstanties zoals de FIOD zullen steeds vaker gebruik maken van geautomatiseerde systemen om grote hoeveelheden data te analyseren, denk aan: analyses van transactiedata, communicatiegegevens en internationale gegevensuitwisseling via systemen als SIENA.[2]

Hoewel internationale samenwerking noodzakelijk lijkt voor een effectieve bestrijding van intracommunautaire btw-fraude, blijven de risico’s in de diverse rapporten onderbelicht. Bij de automatische gegevensuitwisseling ontbreekt bijvoorbeeld een toelichting over de menselijke controle op de integriteit en volledigheid van de uitgewisselde data. Geautomatiseerde processen missen contextueel inzicht, waardoor gegevens verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden of uit hun context worden gehaald. Dit kan leiden tot misleidende conclusies.

Openheid bij de opsporing naar potentiële btw-fraude

In fiscale (straf)zaken – en met name in complexe btw-zaken – kunnen geautomatiseerde controles ertoe leiden dat belastingplichtigen onvoldoende rechtsbescherming genieten en dat de bewijslast oneerlijk wordt verdeeld. Denk hierbij aan het verwijt van “wist of had moeten weten” bij de stelling dat signalen van btw-fraude zijn gemist.

Met het intensiveren van geautomatiseerde controles komen naar mijn mening diverse rechten en plichten onder druk te staan. Zeker wanneer bewijs niet volledig, transparant of controleerbaar is, wordt het voor belastingplichtigen en verdachten moeilijk zich effectief te verdedigen. Ik verwacht dan ook dat de systematische uitwisseling van gegevens in de toekomst vaker tot foutieve aannames zal leiden.

Wat mij betreft moet transparantie worden geboden over welke informatie de Belastingdienst deelt of ontvangt. Een eerste stap richting meer transparantie in de gegevensuitwisseling kan direct worden gezet: geef belastingplichtigen integraal toegang tot de inhoud van zogeheten SCAC-verzoeken, die vaak het startpunt vormen voor fiscale vragen en (strafrechtelijke) onderzoeken.

 

 

[1] 35 867 Parlementaire enquête fraudebeleid en dienstverlening, Nr. 6RAPPORT PARLEMENTAIRE ENQUÊTE FRAUDEBELEID EN DIENSTVERLENING «BLIND VOOR MENS EN RECHT»
[2] FIOD Jaarverslag, 2024, p. 15.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. R. (Ron) Jeronimus