Spring naar content

Vaklunch #637: De afroomboete ter discussie gesteld

15 september 2025

Een geldboete die ‘mede’ fungeert als ontnemingsmaatregel; waar liggen de grenzen? In een recente conclusie stelt advocaat-generaal Aben de legitimiteit van de afroomboete ter discussie, waar wij al eerder over schreven in #311. Volgens hem is het hoog tijd om de lijnen strakker te trekken. Wat zijn legitieme strafdoelen en welke rechtsbescherming geniet een verdachte bij de strafoplegging ten opzichte van de ontnemingsprocedure?

Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:

Het hof had de verdachte wegens witwassen een taakstraf én een geldboete van € 50.000 opgelegd. De boete diende mede ter afroming van het door de verdachte behaalde voordeel, aldus het hof. In cassatie klaagde de verdediging dat het hof de materiële en procedurele waarborgen van artikel 36e Sr omzeilde. Bovendien werd niet inzichtelijk gemaakt welk deel van de geldboete als afroomcomponent gold, waardoor de aangekondigde ontnemingsmaatregel daar niet op kan worden afgestemd.

Bij het bepalen van de hoogte van een geldboete kan in de eerste plaats de omvang van het voordeel een rol spelen in relatie tot de strafdoelen generale preventie en vergelding. In de tweede plaats speelt de draagkracht van de verdachte een rol bij het bepalen van de omvang. Een lage boete in relatie tot de baten van het strafbare feit schrikt niet af en vergeldt niet, omdat de verdachte er feitelijk nog steeds op vooruitgaat. Bij de beoordeling van de draagkracht wordt geen onderscheid gemaakt tussen vermogen met een legale of illegale herkomst. Dat maakt dat het opleggen van een geldboete ertoe kan leiden dat de verdachte (een deel van) zijn wederrechtelijk verkregen voordeel kwijtraakt, maar dat effect mag niet de rechtvaardiging voor de boete zijn. Mag een geldboete geheel of ten dele als doel hebben wederrechtelijk verkregen voordeel te ontnemen?

 

Lees de volledige Vaklunch hier: #637: De afroomboete ter discussie gesteld