Steeds vaker komt in de rechtspraak de toetsing aan de zogenaamde Deliveroo-omstandigheden aan de orde. Aan de hand hiervan wordt beoordeeld of in werkelijkheid al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst. Zo ook in een recente zaak die voor de civiele Rechtbank Midden-Nederland diende. Angelique Perdaems schrijft hier meer over in haar column in Flexmarkt.
Lees hier alvast een voorproefje:
“Hierin ging het om een accountant die zijn werkzaamheden verrichte via een overeenkomst van opdracht die de BV van de accountant met het accountantskantoor sloot. De kantonrechter komt met inachtneming van de Deliveroo-omstandigheden echter tot het oordeel dat deze opdrachtovereenkomst kwalificeert als een arbeidsovereenkomst.
Ook volgt uit recente beantwoording van Kamervragen door Minister Paul en staatssecretaris Heijnen over de schijnzelfstandigheid bij verzekeringsartsen UWV dat de bestrijding van schijnzelfstandigheid een belangrijk speerpunt van het huidige (demissionaire) kabinet blijft.[2]
Dit zal hoogstwaarschijnlijk niet veranderen met een nieuw kabinet in aantocht. De vraag of in een voorkomend geval sprake is van een arbeidsovereenkomst dan wel een overeenkomst van opdracht zal in de toekomst derhalve een vraag zijn die – onder meer in de rechtspraak – meer en meer aan de orde zal komen.”
Lees het volledige artikel via Flexmarkt: Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht: wie bepaalt?