Skip to content

Art. 10a AWR + de suppletieaangifte omzetbelasting = het strafrecht? BTW-bulletin 2017/24

Art. 10a AWR + de suppletieaangifte omzetbelasting = het strafrecht?

Een publicatie van mr. A.A. Feenstra en mr. K.M.G. Demandt in BTW-bulletin 2017/24

Het niet naleven van art. 10a AWR wordt gezien als een overtreding en kan worden bestraft met een vergrijpboete van 100 procent van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de verplichting niet is of zou zijn geheven. Daarnaast blijkt inmiddels dat ook strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld op basis van art. 68 lid 1 sub a jo. art. 69 lid 1 AWR. De maximale straf in dit artikel bedraagt een gevangenisstraf van vier jaren alsmede een geldboete van de vierde categorie (€ 20.500 ex art. 23 Wetboek van Strafrecht) of ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.

Gelet op drie gewezen uitspraken in 2016 meent het Openbaar Ministerie dat het niet voldoen aan art. 10a AWR jo. art. 15 Uitv.besl. OB 1968 strafrechtelijk moet worden aangepakt. Inmiddels is gebleken dat het Openbaar Ministerie niet uitsluitend vervolgt wegens het niet doen van suppletieaangiften, maar ook op grond van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en daarnaast nog varieert door in dit kader onderzoek te doen naar de meldplicht op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme. Wij gaan in dit artikel in op deze recente (strafrechtelijke) uitspraken, omdat wij onze vraagtekens hebben bij strafrechtelijke vervolging op grond van art. 10a AWR jo. art. 15 Uitv.besl. OB 1968.

Lees hier meer.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. K.M.G. (Kim) Demandt