Het komt geregeld voor dat de Belastingdienst een steekproef gebruikt om een belastingcontrole binnen de loonheffingen uit te voeren. Het klinkt onschuldig – “een steekproef” – maar de gevolgen kunnen groot zijn. Zeker wanneer de steekproef wordt gebruikt als basis voor forse naheffingen (met eventueel daaraan gekoppelde boetes). Zo worden door de Belastingdienst de resultaten van een steekproef (foutmarges) over een bepaalde (beperkte) periode vaak geëxtrapoleerd naar een uitgebreider tijdvak. Angelique Perdaems schreef hier een publicatie over in Flexmarkt.
Lees hier alvast een voorproefje:
De Belastingdienst gebruikt (statistische) steekproeven als controle-instrument. In plaats van het controleren van alle gegevens uit de administratie van een ondernemer, selecteert de inspecteur een beperkt aantal administratieve posten (bijvoorbeeld loonstroken). Daaruit worden vervolgens conclusies getrokken voor de gehele administratie. Als er fouten worden gevonden in de gecontroleerde posten, wordt aangenomen dat die fouten zich systematisch voordoen en worden deze geëxtrapoleerd naar andere (niet-gecontroleerde) tijdvakken. Zo kan bijvoorbeeld alleen het jaar 2024 onderdeel uitmaken van een steekproef, maar kunnen de uitkomsten daarvan ook worden gebruikt voor correcties over de jaren 2020 tot en met 2023.
Het instrument van de steekproef wordt door de Belastingdienst dus onder meer veel toegepast bij controles binnen de loonheffingen. In een zaak die in 2011 speelde bij de Rechtbank Breda werd bijvoorbeeld de juistheid van de afgedragen loonheffingen met betrekking tot uitbetaalde kilometervergoedingen aan werknemers door de inspecteur gecontroleerd met een steekproef.(1)
De Belastingdienst kan met terugwerkende kracht over de afgelopen vijf jaar loonheffingen naheffen. De naheffing kan dan tot stand komen met toepassing van een steekproef, waarbij die naheffing over een periode van vijf jaar wordt gebaseerd op slechts een beperkt aantal gegevens die voor de steekproef zijn gebruikt. Dit kan dan bijvoorbeeld gaan om het aantal gewerkte uren van een persoon in één jaar.
De Hoge Raad (de hoogste Nederlandse rechter) heeft in het verleden de toepassing van de steekproef door de Belastingdienst als controlemiddel an sich goedgekeurd.(2) Door de feitenrechters zijn hierbij echter wel een aantal belangrijke kanttekeningen geplaatst ter bescherming van belastingplichtigen.(3)
Zo moet de belastinginspecteur mededelen dat hij een steekproef gaat gebruiken, moet de steekproef op statistisch verantwoorde wijze worden uitgevoerd en controleerbaar zijn en moet ook inzicht worden gegeven in relevante informatie omtrent de steekproef, zoals op welke wijze de gegevens die voor de steekproef worden gebruikt zijn geselecteerd. Het is zaak hier scherp op te zijn en erop toe te zien dat de inspecteur deze voorwaarden in acht neemt.
Na uitvoering van de steekproef kunnen de resultaten van de steekproef worden betwist. Daarbij is het gemotiveerd in twijfel trekken van de resultaten voldoende, omdat met een steekproef slechts een bewijsvermoeden voor de Belastingdienst ontstaat. De betwisting kan bijvoorbeeld plaatsvinden door als belastingplichtige zelf een steekproef uit te voeren, en de resultaten daarvan te vergelijken met de resultaten van de steekproef die door de Belastingdienst is uitgevoerd. Het zelf uitvoeren van een integrale controle om de resultaten van de steekproef te weerleggen is ook een mogelijkheid. Ook kan bij een extrapolatie van de resultaten worden nagegaan op welk punt de feiten mogelijk concreet afwijken ten opzichte van het controletijdvak. Als dat het geval is, kan namelijk niet zomaar worden geëxtrapoleerd.
Lees het volledige artikel hier: Belastingdienst op bezoek: wat te doen bij een steekproef bij de loonheffingen? – Flexmarkt