Spring naar content

Belastingprocedure geen ‘criminal charge’ door omkering bewijslast – NLF 2026/0889

Op 17 april 2026 concludeerde A-G Koopman in een zaak over een belastingplichtige die jarenlang geen aangifte deed. De Inspecteur legde ambtshalve aanslagen op (2015–2017), met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast. Er zijn veel formele en materiële verweren gevoerd in deze zaak.

Een interessant verweer is dat de omkering van de bewijslast volgens belanghebbende als ‘criminal charge’ (art. 6 EVRM) zou moeten worden aangemerkt. De A-G verwerpt dit en verwijst naar HR 8 juli 1998: de regeling is een administratief dwangmiddel en niet bestraffend. Hoewel punitieve trekken worden erkend, relativeert de A-G dit: tegenbewijs blijft mogelijk, een verzwaarde bewijslast is geen sanctie en vergelijkingen met buitenlandse boetes gaan niet op. Eventuele overkill moet binnen de regeling zelf worden gecorrigeerd. Ook is er volgens de A-G sprake van een zaaksoverstijgende kwestie over de rechtsmiddelenverwijzing in uitspraken. Voor de praktijk een relevant punt, waarvan het mooi zou zijn als de rechtbanken dit oppakken.

Het cassatieberoep slaagt deels: het Hof heeft stellingen over bankrenseignementen en de verhoging van boetes (50% naar 100%/300%) onvoldoende gemotiveerd. Verwijzing volgt.

Lees de noot van Milou Hintzen via NLFiscaal.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. M.N.H. (Milou) Hintzen