Skip to content

Boete bij niet naleven van eisen voor het landenrapport

23 februari 2016

Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst introduceert boete bij niet-naleven eisen voor het landenrapport (transfer pricing)

De verplichting voor het bedrijfsleven om een landenrapport te verstrekken komt voort uit de richtlijnen van het OESO-project Base Erosion and Profit Shifting (BEPS–project) en de Europese Unie op het gebied van verrekenprijzen. De Nederlandse belastingdienst is zich dan ook bewust van het feit dat verrekenprijzen die door multinationals worden gehanteerd invloed hebben op de Nederlandse belastinginkomsten. Juist daarom is de regelgeving omtrent verrekenprijzen en de daarmee samenhangende administratieve verplichtingen spoedig in de Nederlandse wetgeving opgenomen.

De nieuwe regels voor het bedrijfsleven omtrent de verrekenprijzen (transfer pricing) worden in vergelijking met artikel 8b Wet Vpb 1696 flink aangescherpt waarbij een verplichting bestaat om uitgebreide documentatie te verstrekken (vanaf het fiscale jaar 2016). Voor de groepsentiteiten welke belastingplichtig zijn in Nederland bestaan de nieuwe verplichtingen o.a. uit het aanleveren van een zogenoemde “groepsdossier” (master file) en een “lokaal dossier” (local file) en deze in de administratie op te nemen.

Nieuwe verplichtingen

In het groepsdossier dient men een overzicht te geven van de onderneming van de multinationale groep, inclusief de aard van haar bedrijfsactiviteiten, haar algehele verrekenprijsgedragslijn en haar wereldwijde allocatie van inkomen en economische activiteiten om belastingadministraties te ondersteunen bij de beoordeling van de aanwezigheid van een substantieel verrekenprijsrisico.

In het lokale dossier wordt informatie opgenomen die relevant is voor de verrekenprijsanalyse met betrekking tot transacties tussen een belastingplichtige en een gelieerde groepsentiteit in een andere staat en die helpt te onderbouwen dat aan artikel 8b wordt voldaan, alsmede informatie die een zakelijke winstallocatie aan vaste inrichtingen onderbouwt.

Deze verplichtingen gelden voor alle groepsentiteiten (belastingplicht in Nederland) van een multinationale groep die ten minste € 50.000.000 aan geconsolideerde groepsopbrengsten heeft behaald. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de vorm en de inhoud van het groepsdossier en het lokale dossier.

Sancties

In het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (in werking getreden op 1 januari 2016) is het beleid neergelegd voor het opleggen van bestuurlijke boeten op basis van artikel 29h Wet Vennootschapsbelasting 1969 geïntroduceerd. De boete ziet (enkel) op het niet-naleven van de eisen voor het landenrapport. Indien het aan opzet of grove schuld van de rapporterende entiteit is te wijten dat de administratieve verplichtingen, niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist zijn of worden nagekomen kan voor dit vergrijp vervolgens ten hoogste het bedrag van de vierde categorie van het Wetboek van Strafrecht, worden opgelegd. Zelfs indien het niet aanleveren van een groepsdossier of een lokaal dossier niet tot een fiscaal nadeel voor Nederland leidt kan een bestuurlijke boete worden opgelegd.

Ook bestaat er de (algemene) verplichting tot inlichtingenverstrekking. Eenieder is namelijk gehouden (desgevraagd) gegevens, inlichtingen, boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan – zulks ter keuze van de inspecteur beschikbaar te stellen, waaronder dus ook het groepsdossier en het lokale dossier.

Het groepsdossier en het lokale dossier behoren dan ook tot de administratie van een belastingplichtige waarbij het niet-nakomen van deze administratieplicht strafbaar is gesteld. Het niet nakomen van de administratieplicht, waaronder ook het niet verlenen van medewerking aan een belastingcontrole, vormt een strafbaar feit.

Vergrijpboete

Gebreken in de administratie kunnen echter – naast het processuele gevolg van omkering van de bewijslast – ook leiden tot een correctie van de aangegeven winst waarbij tevens een vergrijpboete kan worden opgelegd.

De termijn voor het opleggen van de bestuurlijke boete stemt overeen met de termijn die bij andere fiscale vergrijpboetes gebruikelijk is, namelijk vijf jaar. Omtrent een groepsdossier en een lokale dossier dient men te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan. Die verplichting ontstaat binnen twaalf maanden na de laatste dag van het desbetreffende verslagjaar.

Rechtsbescherming

Als het gaat om rechtsbescherming omtrent het opleggen van boetes is het van belang te realiseren dat hetgeen in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst is bepaald ten aanzien van het recht op inzage, kennisgeving en hoorplicht alsmede de aanwezigheid van een pleitbaar standpunt, avas en strafverzwarende of –verminderde omstandigheden onverkort geldt voor boetes die kunnen worden opgelegd op grond van de nieuwe boetebepaling omtrent het groepsdossier en het lokale dossier.

Voor eventuele vragen over rechtsbescherming in relatie tot het landenrapport, kunt u contact opnemen met Ron Jeronimus, Roelof Vos of een van de andere advocaten van ons kantoor.