Skip to content

Controle en handhaving van de nieuwe btw e-commerce regelgeving

26 januari 2015

Per 1 januari 2015 is de regelgeving inzake e-commerce veranderd. Digitale diensten zoals telecommunicatie-, radio- en televisieomroepdiensten die worden verleend aan niet-belastingplichtigen in een ander EU land worden belast in het land waar de afnemer is gevestigd. Hierbij maakt het niet uit of de afnemer een particulier of ondernemer is.

Dit heeft voor de dienstverrichter in beginsel tot gevolg dat voor elke afzonderlijke dienst bekeken moet worden in welk land zijn afnemer woont of is gevestigd om zich vervolgens aldaar te registreren. Om die enorme administratieve last van ondernemers enigszins te beperken is het vanaf 1 januari 2015 mogelijk om gebruik te maken van de zogenoemde Mini One Stop Shop-regeling (MOSS-regeling of mini-éénloketsysteem). Op basis van de MOSS-regeling kunnen de dienstverrichters de verschillende digitale diensten aangeven via één lidstaat van de Europese Unie.

De MOSS-regeling is voor ondernemers in Nederland beschikbaar via het vertrouwelijke gedeelte van de internetwebsite van de Belastingdienst. Indien de ondernemer gebruik maakt van de MOSS-regeling wordt een btw-melding naar de desbetreffende lidstaat doorgestuurd om aldaar te worden behandeld. Zoals o.a. valt te lezen in de artikelen “Nieuwe btw-regels leiden tot meer rompslomp voor internetondernemers” en “Meer btw-rompslomp voor internetondernemers” van Het Financieele Dagblad ziet menig ondernemer de MOSS-regeling niet als een verlichting van de administratieve regeldruk.

Om ondernemers enigszins tegemoet te komen heeft de Europese Commissie een gids uitgebracht om de administratieve verplichtingen inzake de MOSS-regeling op te sommen. Een duidelijk voorbeeld waaruit de administratieve ballast/onduidelijkheid blijkt is dat volgens de MOSS-regeling een ondernemer zijn administratie tien jaar dient te bewaren na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht, terwijl de Nederlandse wetgeving een bewaarplicht van 7 jaar hanteert.

Indien een ondernemer gebruik wenst te maken van de MOSS-regeling gaat de lidstaat na of een ondernemer voldoet aan de gestelde voorwaarden en hoe het staat met de quarantaineperiode.[1] Op basis van deze resultaten kan een lidstaat de registratie voor de MOSS-regeling goedkeuren of weigeren. Indien de Nederlandse Belastingdienst een verzoek voor de registratie van de MOSS-regeling weigert kan de ondernemer tegen deze beslissing in bezwaar/beroep gaan volgens de nationale procedures.

Indien de MOSS-regeling is goedgekeurd blijft voor de ondernemer echter veel onzekerheid bestaan omtrent de controle en de handhaving van de regeling. Na het doen van een aangifte wordt de controle en de handhaving inclusief het opleggen van boetes namelijk volledig overgelaten aan de lidstaat waar de afnemer is gevestigd. Door de vele verschillende regels en verplichtingen per lidstaat zullen veel ondernemers door de bomen het bos niet meer kunnen zien waardoor conflicten met de Nederlandse en/of buitenlandse belastingautoriteiten een kwestie van tijd zal zijn.

Komt u als ondernemer in aanraking met problematiek inzake de MOSS-regeling en/of heeft u daarover een conflict met de (buitenlandse) Belastingdienst en zoekt u rechtsbijstand, aarzel dan niet om contact op te nemen met Roelof Vos of één van andere advocaten van Hertoghs advocaten die gespecialiseerd zijn in indirecte belastingen. Wij zijn geen belastingadviseurs en verzorgen geen btw-aangiften. Daarvoor kunt u terecht bij uw btw-adviseur. 

 

[1] Quarantaineperiode: periode gedurende welke de belastingplichtige geen gebruik mag maken van een of van beide regelingen in het mini-éénloketsysteem (bron: Gids voor het mini-éénloketsysteem van de btw)