Cryptovaluta hebben het speelveld van fraude fundamenteel veranderd. De klassieke oplichter met een glad verhaal is vervangen door slimme phishinglinks, deepfakeplatforms en investeringsapps die meer lijken op een tech-startup dan op een strafbaar feit. Cryptofraude slachtoffers – zowel particulieren als ondernemingen – raken binnen enkele muisklikken tien- tot honderdduizenden euro’s kwijt, vaak voorgoed.
In deze ongrijpbare context bood het strafrecht in beginsel ook aan slachtoffers enige bescherming. Maar pas sinds kort speelt slachtoffer hierin daadwerkelijk een actieve rol. De Wet uitbreiding slachtofferrechten, waarvan de laatste tranche op 1 januari 2024 in werking is getreden, vormt het sluitstuk van een langzame, maar onmiskenbare verschuiving: van het slachtoffer als passieve belanghebbende naar procesdeelnemer met rechten en invloed. In combinatie met de Aanwijzing slachtoffers in het strafproces ontstaat een normatief kader dat – mits juist benut – slachtoffers van cryptofraude een stevige juridische positie kan geven, ook voor het voegen van een vordering benadeelde partij. Mits zij bijstand krijgen van een advocaat die de digitale context begrijpt.
De lange weg naar erkenning: de juridische emancipatie van het slachtoffer
Het Nederlandse strafprocesrecht had tot ver in de twintigste eeuw een uitgesproken dader-gecentreerde oriëntatie. Het slachtoffer werd, met een mengeling van rechtsstatelijk wantrouwen en pragmatisch formalisme, grotendeels buiten de procedure gehouden. De gedachte was helder: het strafproces is er om leed toe te voegen aan de dader, niet om recht te doen aan het slachtoffer.
Pas met de Wet Terwee (1995) kwam hier verandering in, door het mogelijk te maken dat de benadeelde partij zich in het strafproces kon voegen met een vordering tot schadevergoeding (artikel 51f Sv). Toch bleef de slachtofferrol beperkt en afhankelijk van het OM. De praktijk was bovendien grillig: voegingsverzoeken werden vaak als te complex of bewerkelijk terzijde geschoven en slachtoffers voelden zich zelden serieus genomen.
De Wet uitbreiding slachtofferrechten, in tranches ingevoerd tussen 2021 en 2024, heeft die balans fundamenteel verlegd. De wet voorziet niet alleen in een uitbreiding van het aantal rechten, maar ook in een versterking van de juridische positie van het slachtoffer. Met de derde tranche (2024) is het slachtoffer volwaardig procesdeelnemer geworden, met zelfstandige rechten die inhoud en vorm geven aan participatie, informatie, bescherming én herstel.[4] Niet langer als bijzaak, maar als herkenbare en actieve partij.
Rechten in samenhang: een juridisch arsenaal met voorwaarden
De artikelen 51a tot en met 51h Sv vormen samen het juridisch instrumentarium waarmee slachtoffers hun positie kunnen innemen. De wet maakt een onderscheid tussen procedurele rechten – zoals informatie, inzage en spreekrecht – materiële rechten zoals schadevergoeding en beklag – en rechten op persoonlijke bescherming, waaronder afscherming van gegevens, anonimiteit en veilige toegang.
Voor slachtoffers van cryptofraude zijn vooral bepalingen van belang zoals het recht op bijstand door een advocaat vanaf het moment dat iemand als slachtoffer is aangemerkt (art. 51aa Sv), en het recht op kennisneming van processtukken die van belang zijn voor de positie als slachtoffer of voor de schadeberekening (art. 51c Sv).
Verder is er het spreekrecht ter zitting (sinds 2024 ook wettelijk mogelijk voor oplichtings- en verduisteringszaken, art. 51e Sv), het recht op voeging in het strafproces om schadevergoeding te vorderen (ook bij vermogensdelicten met digitale of crypto-componenten, art. 51f Sv), en het recht op beklag bij niet-vervolging door het OM, dat in 2024 is uitgebreid naar meer typen financieel-economische delicten (art. 12 Sv in samenhang met art. 51ac lid 2 onder f Sv). De Aanwijzing slachtoffers in het strafproces verplicht het OM bovendien tot actieve informatieverstrekking en het faciliteren van slachtofferparticipatie, met specifieke aandacht voor zaken waarin grote financiële schade en digitale delicten samenkomen.
Het spreekrecht kan zowel mondeling als schriftelijk worden uitgeoefend. Daarnaast kan het slachtoffer een ander machtigen om namens hem het woord te voeren. Het spreekrecht werd vroeger wel aangeduid als een ‘tissue-spreekrecht’. Tot 2016 mocht een slachtoffer zich alleen uitlaten over de gevolgen van het strafbaar feit. Met het huidige uitgebreide spreekrecht mag het slachtoffer zich zelfs uitlaten over de tenlastelegging, de strafeis en het gepresenteerde bewijs.
Cryptofraude: slachtofferrechten onder druk
Op papier zijn de rechten stevig. In de praktijk blijkt dat slachtoffers van cryptofraude vaak pas laat worden herkend als ‘benadeelde partij’, dat voegingsverzoeken stranden wegens gebrek aan onderbouwing, en dat het spreekrecht ongebruikt blijft – niet uit onwil, maar uit onwetendheid en complexiteit. En dat is niet vreemd. Cryptofraudezaken kenmerken zich door diverse technische bewijsproblemen. Denk daarbij aan pseudonieme transacties op de blockchain, het gebruik van mixers, smart contracts en het inschakelen van buitenlandse exchanges in dubieuze jurisdicties.
Daarnaast zijn de verdachten vaak grensoverschrijdend actief, terwijl internationale samenwerking traag verloopt of geheel ontbreekt. Ook is er soms sprake van een versnipperd slachtofferbestand, met honderden gedupeerden die elk relatief kleine schadeposten hebben. Tot slot spelen emotionele drempels een rol: slachtoffers voelen schaamte, hebben het gevoel dat zij naïef zijn geweest en ervaren wantrouwen jegens instanties. Hier komt de juridische infrastructuur van slachtofferrechten pas tot leven wanneer een gespecialiseerde advocaat zich ermee bemoeit.
De gespecialiseerde advocaat: schakel tussen norm en narratief
In cryptofraudezaken is de advocaat van het slachtoffer méér dan een juridische begeleider. Hij is technisch vertaler van blockchaintransacties naar juridische en op fiat geld waardeerbare schade. Daarnaast is hij processtrategist, die weet wanneer te voegen, wanneer te wachten en wanneer parallel civiel te procederen. Ook fungeert de advocaat als ‘privéonderzoeker’, die met inschakeling van blockchain forensic experts digitale activa traceert en mogelijkheden tot verhaal in kaart brengt. Verder is hij belangenbehartiger met toegang tot het dossier en bevoegdheid om stukken op te vragen en het spreekrecht strategisch te benutten. Tot slot treedt de advocaat op als ‘toezichthouder’ op het OM, die via het beklagrechtsmiddel bij niet-vervolging de ernst van de zaak onder de aandacht van het gerechtshof kan brengen.[5].
In feite is het de gespecialiseerde cryptoadvocaat die ervoor zorgt dat de nieuwe slachtofferrechten geen dode letter blijven. Zeker in complexe crypto gerelateerde strafzaken, waarin het OM zich nog weleens beperkt tot algemene schade-inschattingen en onduidelijk is over verhaalbaarheid.
Rechtvaardigheid in het digitale tijdperk
De modernisering van slachtofferrechten is meer dan wetstechniek. Het is onderdeel van een normatief streven naar herstelrechtelijke legitimatie van het strafproces. Dat streven wordt concreet op het moment dat slachtoffers zich gehoord, betrokken en gecompenseerd voelen. Niet alleen moreel, maar ook juridisch. Voor slachtoffers van cryptofraude betekent dat een serieuze plek aan tafel, een stem die gehoord wordt en een kans op compensatie, hoe klein ook. Zonder juridische bijstand is dat alles theorie. Met deskundig advies van een specialist wordt het realiteit. In een wereld van onzichtbare daders en digitale valuta, is dat misschien wel de enige tastbare vorm van gerechtigheid.
[1] Wet uitbreiding slachtofferrechten, Stb. 2019, 292 (derde tranche: inwerkingtreding 1 januari 2024)
[2] Het slachtoffer in het strafproces is strikt genomen een procesdeelnemer en geen procespartij. Het uitoefenen van bevoegdheden als benadeelde partij doet het slachtoffer wel als procespartij.
[3] Aanwijzing slachtoffers in het strafproces (2024A001) in de zin van art. 130 lid 6 Wet RO
[4] Het Openbaar Ministerie gaat uit van een slachtofferpresumptie. Uitgangspunt is dat het vermoedelijke slachtoffer van een strafbaar feit een slachtoffer is totdat het tegendeel komt vast te staan. Het OM draagt zorg voor de correcte bejegening van het slachtoffer.
[5] Art. 12 Sv.