Skip to content

De Staatssecretaris geeft antwoord op kamervragen omtrent de nieuwe btw-regels voor digitale diensten

23 februari 2015

Per 1 januari 2015 is de btw regelgeving inzake e-commerce veranderd. Digitale diensten die worden verleend aan niet-belastingplichtigen in een ander EU land worden belast in het land waar de afnemer is gevestigd. Op 26 januari jl. schreven Roelof Vos en Ron Jeronimus een actualiteit over de controle en handhaving van de nieuwe btw e-commerce regelgeving. Op 17 februari jl. heeft de Staatssecretaris van Financiën kamervragen beantwoord met betrekking tot de recent ontstane problemen.

Blijkens de brief zijn tot nu toe circa 700 deelnemers aan de MOSS geregistreerd, waarvan circa 50 niet-EU ondernemers. De Staatssecretaris geeft aan dat de wijziging van de plaats van dienst en de MOSS enkel een specifieke en zeer beperkte doelgroep ondernemingen raakt en aldus maatvoering in de communicatie vereist. Opmerkelijk is de stelling dat, indien te breed en te nadrukkelijk aandacht zou worden besteed aan de wijzingen, de Staatssecretaris de kans groot acht dat ook ondernemers buiten de doelgroep zich hierdoor geraakt voelen en worden geprikkeld om de regeling ook aan te vragen. Dit zou weer leiden tot risico’s in het registratie- en aangifteproces.

Gelet op de doelgroep is vooral informatie verschaft via de internetsite van de Belastingdienst. De Staatssecretaris zijn geen signalen bekend dat de geboden informatie als onvoldoende wordt beschouwd. Vanuit de uitvoering hebben de Staatssecretaris ook geen directe signalen bereikt dat er ondernemers zijn die vanwege de genoemde wijzigingen hun activiteiten staken of geen diensten meer binnen de EU verrichten.

Daarmee in tegenspraak is de brief welke de Staatssecretaris in januari jl. van de ondernemingsorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland heeft ontvangen, waarin wordt aangegeven dat uit hun ledenkring het signaal komt dat de wijzigingen aldaar als problematisch worden ervaren. Ook wordt in deze brief aangegeven dat van kleine ondernemers is vernomen dat de extra rompslomp en kosten zelfs reden zijn om het aanbieden van grensoverschrijdende diensten te staken. VNO-NCW en MKB Nederland doen dan ook het verzoek om via een omzetmaximum de problematiek te mitigeren. Beneden dat te bepalen maximum zou de kleine ondernemer het Nederlandse btw-tarief kunnen blijven toepassen. Dit is echter een maatregel die alleen op EU-niveau genomen kan worden. De Nederlandse overheid heeft hier geen beleidsvrijheid.

Komt u als ondernemer in aanraking met problematiek inzake de MOSS-regeling en/of heeft u daarover een conflict met de (buitenlandse) Belastingdienst en zoekt u rechtsbijstand, aarzel dan niet om contact op te nemen met Roelof Vos of één van andere advocaten van Hertoghs advocaten die gespecialiseerd is in indirecte belastingen. Wij zijn geen belastingadviseurs en verzorgen ook geen btw-aangiften. Daarvoor kunt u terecht bij uw btw-adviseur.