Gedurende de laatste maand van 2025 is er een wetsvoorstel in consultatie waarmee het recht wordt vastgelegd voor natuurlijke personen en hun nabestaanden om het vervaardigen, gebruiken en verspreiden van deepfakes te verbieden. De wetgever vermeldt in de concept-memorie van toelichting als aanleiding voor dit wetsvoorstel dat het huidige Nederlandse en Europees recht onvoldoende bescherming biedt tegen ‘ongeoorloofd gebruik van deepfakes’. De wetgever vindt het huidige wettelijk kader onvoldoende duidelijk, onvoldoende samenhangend en onvoldoende kenbaar voor burgers.
Lees hier alvast een voorproefje van deze Vaklunch:
Het nieuwe wetsvoorstel ziet op een uitbreiding van de Wet op de naburige rechten. Deze wet kent op dit moment naast civiele bepalingen ook strafbepalingen. Zo staat er bijvoorbeeld een strafmaximum van een half jaar gevangenis op het opzettelijk wederrechtelijk wijzigen van de uitvoering van een act van een artiest. De wetgever is van plan om de strafbaarstellingen in deze wet uit te breiden naar het ‘inbreukmakend gebruik van deepfakes’.
Uit de concept-memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel volgt dat de wetgever van plan is om het opzettelijk vervaardigen en verspreiden van deepfakes zonder toestemming van de betrokkene expliciet strafbaar te stellen. Waar de huidige wet nog met name artiesten en kunstenaars beoogt te beschermen, zien de nieuwe strafbaarstellingen op deepfakes van ‘personen’ in algemene zin.
Er zijn in het bijzonder bij de strafbaarstelling van het ‘verspreiden’ van deepfakes onzes inziens kritische kanttekeningen te plaatsen. Gelet op de voorgestelde wettekst wordt onder ‘verspreiden’ niet alleen verstaan het verkopen, verhuren, uitlenen of afleveren, maar ook het ‘anderszins in het verkeer brengen’. Hiermee is niet uitgesloten dat reeds het enkele doorsturen van een deepfake via bijvoorbeeld een smartphone al strafbaar wordt gesteld.
Hoewel de wetgever duidelijk maakt dat opzet vereist is bij de strafbaarstellingen, blijkt niet uit de concept-memorie van toelichting of de concept-wettekst waar dit opzet op ziet. Gaat het om opzet op het verspreiden of moet er ook opzet zijn op het gegeven dat het gaat om een deepfake? Indien het opzet alleen ziet op het verspreiden, zou ook het doorsturen van een filmpje door iemand die op dat moment niet weet dat het om een deepfake gaat onder de strafbaarstelling vallen.
In het kader van rechtszekerheid is het van belang dat hier duidelijkheid over komt, zeker aangezien deepfakes steeds moeilijker van echt te onderscheiden zijn.
Lees het volledige artikel hier:Â #650: Deepfakes van personen: nieuwe strafbaarstellingen op komst