Spring naar content

EHRM-arrest Gillissen dwingt niet tot oproepen getuigen wanneer verzoek niet is gespecificeerd. Annotatie NTFR 2018/2374

Belanghebbende, een fiscale eenheid, is actief in de reisbranche. A is de dga. Bij belanghebbende en A zijn strafrechtelijke en fiscale onderzoeken ingesteld. Volgens de bevindingen van die onderzoeken zijn, kort gezegd, tot omvangrijke bedragen aan valse vluchtfacturen in de administratie van belanghebbende opgenomen. In verband hiermee zijn (navorderings)aanslagen VPB 2000 t/m 2004 (zonder boete) aan belanghebbende opgelegd. A is strafrechtelijk veroordeeld. In het fiscale hoger beroep heeft belanghebbende verschillende formeelrechtelijke klachten in stelling gebracht. Hof Arnhem-Leeuwarden (20 december 2016, nrs. 14/00956 t/m 14/00964, NTFR 2017/628) heeft onder meer geoordeeld dat het het verzoek van belanghebbende om twee getuigen op te roepen afwijst omdat het verzoek niet was gespecificeerd. Verder heeft het hof aan de late overlegging van het strafdossier door de inspecteur als gedingstuk geen gevolgen verbonden omdat belanghebbende zelf over dat strafdossier beschikt. De Hoge Raad acht deze oordelen cassatieproof. Het EHRM-arrest Gillissen brengt niet mee dat het hof gehouden is getuigen op te roepen als het verzoek daartoe niet is gespecificeerd. Toch houdt de hofuitspraak geen stand. Het hof heeft namelijk zijn oordeel dat belanghebbende voor 2004 niet de vereiste aangifte heeft gedaan, ontoereikend gemotiveerd.

Lees verder.