Skip to content

Eindelijk duidelijkheid omtrent de overgangsrechtelijke problematiek van de informatiebeschikking

23 oktober 2015

Met omkering en verzwaring van de bewijslast krijgt men liever niet te maken. Nadat de bewijslast van de inspecteur naar de belastingplichtige overgaat, wordt deze ook nog eens verzwaard. Omkering en verzwaring kunnen zich voordoen in twee situaties: indien de vereiste aangifte niet is gedaan of indien sprake is van een onherroepelijk geworden informatiebeschikking.

De informatiebeschikking

Tot 1 juli 2011 vond omkering en verzwaring van de bewijslast van rechtswege plaats indien de belastingplichtige niet (volledig) had voldaan aan de inlichtingenplicht, de administratie- en bewaarplicht of indien de vereiste aangifte niet was gedaan. Vanaf 1 juli 2011 kan, behoudens de gevallen waarin de vereiste aangifte niet is gedaan, de bewijslast echter alleen worden omgekeerd en verzwaard indien een zogenoemde informatiebeschikking onherroepelijk is geworden. Deze informatiebeschikking is ingevoerd om belastingplichtigen een 'laatste kans' te bieden om aan hun informatieverplichting te voldoen en deze verplichting voorafgaand aan de te nemen beslissing in rechte te laten toetsen.

Overgangsrechtelijke problematiek bij de hoven

Bij de invoering van de informatiebeschikking in 2011 is geen overgangsrecht gecreëerd. Dit betekent in beginsel dat de bepaling onmiddellijk in werking treedt. Toch zorgde het gebrek aan een overgangsregeling voor onduidelijkheid in procedures.

Een voorbeeld hiervan is een zaak waarin de inspecteur in december 2010 na een boekenonderzoek bij een ondernemer besloot om bij de aanslag inkomstenbelasting af te wijken van de ingediende aangifte. Belastingplichtige maakte bezwaar, maar de inspecteur handhaafde in oktober 2011 de aanslag met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast. In beroep stelde de inspecteur dat hij na 1 juli 2011 geen informatiebeschikking nodig had om de bewijslast om te keren en te verzwaren, omdat de aanslag was opgelegd vóór de invoering van de informatiebeschikking. Hof Amsterdam was het met belastingplichtige eens dat de inspecteur een informatiebeschikking had moeten nemen. Doordat de informatiebeschikking ontbrak, was de wettelijke omkering en verzwaring van de bewijslast niet mogelijk. Hierop ging de staatssecretaris in cassatie.

Hof Den Haag besliste echter in een andere zaak dat voor fiscale kwesties waartegen op 1 juli 2011 een bezwaar aanhangig was, geen informatiebeschikking nodig was om de bewijslast om te keren en te verzwaren.

De Hoge Raad spreekt

Hoog tijd dus dat de Hoge Raad duidelijkheid zou verschaffen. Dit gebeurde op 2 oktober 2015 in drie arresten, waarvan één arrest hier wordt behandeld.

Dat bij de wetswijziging niet is voorzien in overgangsrecht, is voor de Hoge Raad reden om aan te nemen dat de wetgever onmiddellijke werking heeft willen doen toekomen aan de nieuwe vereisten voor de omkering en verzwaring van de bewijslast. Gevolg hiervan was dat voor elke vanaf 1 juli 2011 gedane uitspraak op bezwaar gold dat de inspecteur zich alleen op omkering en verzwaring van de bewijslast kon beroepen indien hij (1) daartoe een informatiebeschikking had afgegeven of (2) indien de vereiste aangifte niet was gedaan. De Hoge Raad acht de datum waarop de belastingaanslag is opgelegd niet van belang. Wel merkt de Hoge Raad (in een van de andere informatiebeschikking-uitspraken van 2 oktober 2015) op dat de inspecteur ook nog in de bezwaarfase zo’n informatiebeschikking mag nemen mits dat niet in strijd komt met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn indien de inspecteur in de aanslagfase vragen heeft gesteld maar zich destijds niet op de omkering en verzwaring van de bewijslast heeft beroepen. In dergelijke gevallen mag de inspecteur alsnog in de bezwaarfase een informatiebeschikking nemen.

Indien de uitspraak op bezwaar reeds vóór 1 juli 2011 is gedaan, acht de Hoge Raad een onmiddellijke inwerktreding van de wetswijziging niet acceptabel. Voor omkering en verzwaring van de bewijslast in deze zaken is dus géén informatiebeschikking vereist.

Conclusie

Na lange overgangsrechtelijke onzekerheid heeft de Hoge Raad op 2 oktober 2015 een arrest gewezen dat ten voordele is van de rechtszekerheid en rechtsbescherming van belastingplichtigen. Alhoewel omkering en verzwaring van de bewijslast op zichzelf niet als straf wordt aangemerkt, zou een burger er wel op moeten kunnen vertrouwen dat zo’n nadelige wending alleen op basis van de wet kan plaatsvinden. Wie na 1 juli 2011 het wetboek opensloeg, zag dat omkering en verzwaring van de bewijslast alleen bij het niet doen van de vereiste aangifte of bij het onherroepelijk worden van een informatiebeschikking kon plaatsvinden. Gelukkig heeft de Hoge Raad dit nu ook bevestigd. Een inspecteur mag en kan, behoudens het geval waarin de vereiste aangifte niet is gedaan, geen omkering en verzwaring van de bewijslast toepassen indien zo’n informatiebeschikking ontbreekt.