Spring naar content

Fiscaal strafrecht. DD 2013/79

19 november 2013

In deze aflevering wordt een tweetal arresten van de Hoge Raad besproken onder andere over het nemo tenetur beginsel en carrousselfraude. In de vorige aflevering van deze rubriek maakten wij reeds melding van de conclusie van advocaat-generaal Wattel over de samenloop van de fiscale inlichtingenverplichting en het nemo tenetur beginsel. De Hoge Raad heeft inmiddels over deze materie uitspraak gedaan. Daarnaast besteden we aandacht aan een uitspraak betreffende de fiscale eenheid. We ronden af met enige opmerkingen naar aanleiding van het voorgestelde artikel 69a AWR.

Lees hier alvast een voorproefje:

Het ging in deze zaak om een belastingplichtige van wie de Nederlandse fiscus van de Duitse fiscus informatie had ontvangen dat belastingplichtige – als first beneficiary– betrokken was geweest bij de Conet Stiftung te Liechtenstein. Deze informatie was aanleiding voor de Nederlandse fiscus om gegevens bij de belastingplichtige op te vragen.

Belastingplichtige verklaarde naar aanleiding hiervan dat hij slechts een beperkte herinnering had aan enige betrokkenheid bij een Liechtensteinse Stiftung. Daarop startte de Staat een kort geding op grond van artikel 47 AWR tegen belastingplichtige waarbij – op verbeurte van een dwangsom – zou moeten worden bevolen om alle gevorderde gegevens en inlichtingen te verstrekken over de Stiftung en haar vermogen, en de bestemming van dat vermogen na de opheffing van de Stiftung.

Belastingplichtige weigerde hieraan te voldoen en beriep zich op het nemo tenetur beginsel in verband met de mogelijkheid dat hij aldus zou worden gedwongen om mee te werken aan bewijsvergaring ten behoeve van een bestuurlijke boete of strafvervolging.

Lees verder in DD 2013/79 over onder andere nemo tenetur en carrousselfraude 

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. A.A. (Anke) Feenstra