Spring naar content

Fiscale boete, handle with care! Vaklunch.nl #469

12 april 2022

In Vaklunch #469 bespreekt Judith Gijsen het arrest van de Belastingkamer van de Hoge Raad van 8 april 2022. In dit arrest onderstreept de Hoge Raad terecht dat voor het bewijs van (voorwaardelijk) opzet een aparte maatstaf geldt, die bovendien een zware motiveringseis kent. Daarmee wijst de Hoge Raad een belangrijk en welkom arrest voor de fiscale boetepraktijk.

Lees hier alvast een voorproefje:

Het feit dat de bewijslast in fiscale zaken kan worden omgekeerd en verzwaard, betekent niet dat daarmee ook sprake is van (voorwaardelijk) opzet. In het arrest van de Belastingkamer van de Hoge Raad van 8 april 2022 onderstreept de Hoge Raad terecht dat voor het bewijs van (voorwaardelijk) opzet een aparte maatstaf geldt, die bovendien een zware motiveringseis kent. Daarmee wijst de Hoge Raad een belangrijk en welkom arrest voor de fiscale boetepraktijk.

De AWR biedt de inspecteur ruime mogelijkheden voor het opleggen van vergrijpboeten. Zo kan de inspecteur in geval van aanslagbelastingen een boete opleggen indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten is dat de aangifte niet, dan wel onjuist of onvolledig is gedaan (artikel 67d AWR), of de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven (artikel 67e AWR).

Daarnaast kan de inspecteur in geval van aangiftebelastingen een boete opleggen indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige is te wijten dat belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn is betaald (artikel 67f AWR).

 

Lees verder.