Skip to content

Geen heffing accijns mogelijk ten aanzien van in Luxemburg veraccijnsde tabaksproducten die een particulier naar Nederland heeft laten vervoeren. NTFR 2019/902

Geen heffing accijns mogelijk ten aanzien van in Luxemburg veraccijnsde tabaksproducten die een particulier naar Nederland heeft laten vervoeren.

Mr. A. Wolkers in NTFR 2019/902, 11 april 2019

In zijn annotatie gaat Arjan Wolkers nader in op een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 december 2018, nr. 16/00190. In deze uitspraak stelt het Hof vast dat voor tabaksproducten met Luxemburgse accijnszegels geen sprake is van uitslag tot verbruik in de situatie waarin: (1) een particulier tabaksproducten, voorzien van Luxemburgse accijnszegels, heeft laten vervoeren vanuit een andere lidstaat naar Nederland; en (2) deze tabaksproducten niet voor eigen behoeften zijn verkregen. Het hof toetst de bovenvermelde situatie met name aan de in de Wet op de accijns opgenomen belastbare feiten en komt terecht tot de conclusie dat op deze situatie geen belastbaar feit past. Wel stelt Arjan dat – gelet op de letterlijke tekst van art. 33, lid 1, tweede alinea, Accijnsrichtlijn (art. 2e, lid 2, WA) – nog wel tot de conclusie zou kunnen worden gekomen dat (toch) in Nederland accijns is verschuldigd, maar dan door de (in dit geval onbekend gebleven) vervoerder. De vervoerder heeft immers (overeenkomstig art. 2e, lid 2, WA) accijnsgoederen voor commerciële doeleinden voorhanden gehad. Tegen de uitspraak van het hof is overigens beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingesteld.

Lees meer…