Skip to content

Geen suppletieaangifte omzetbelasting + de informatieverplichting van 10a AWR = strafrecht

17 maart 2016

Sinds 1 januari 2012 is een informatieverplichting opgenomen in artikel 10a AWR. Deze bepaling houdt in dat een belastingplichtige uit eigen beweging bij de Belastingdienst onjuistheden of onvolledigheden moet mededelen zodra hij daarvan op de hoogte is gekomen. De informatieverplichting geldt thans voor: 1) de afgegeven verklaring voor zakelijk gebruik van bestelauto, 2) verklaring geen privégebruik auto, 3) bestrijding edelweissroutes en 4) suppleties omzetbelasting.

 

Onjuiste of onvolledige aangifte?

Met de invoering van artikel 10a AWR heeft de suppletieaangifte omzetbelasting een wettelijke basis gekregen. In het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting (artikel 15) is bepaald dat de suppletie zo spoedig mogelijk moet worden ingediend, als de belastingplichtige constateert dat in een tijdvak in de afgelopen 5 jaren onjuiste of onvolledige aangiften zijn ingediend. Net zoals bij de inkeerregeling geldt dat de suppletie moet zijn gedaan voordat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de inspecteur bekend is met de onjuiste of onvolledige aangifte. Als de 10a-melding achterwege blijft, wordt dit aangemerkt als een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete van maximaal 100% kan worden opgelegd. Daarnaast zijn ook het niet (tijdig) doen van aangifte omzetbelasting en het niet (tijdig) betalen van de omzetbelasting twee zelfstandige overtredingen waarvoor een boete kan worden opgelegd. Naast het niet doen van de 10a-melding, kan derhalve voor 3 – vaak met elkaar gepaard gaande – overtredingen een boete worden opgelegd.

 

'Schuiven met omzetbelasting'

Recent heeft de strafkamer van de Rechtbank Overijssel geoordeeld over een dergelijke fiscale zaak (ECLI:NL:RBOVE:2016:420). In de jaren 2009 tot en met 2014 waren onjuiste aangiften omzetbelasting ingediend en voor de jaren 2012 tot en met 2014 was geen suppletieaangifte gedaan. De FIOD had daarvan een melding gekregen en naar aanleiding daarvan had de Belastingdienst een boekenonderzoek ingesteld. Het geconstateerde strafrechtelijke nadeel bedroeg circa € 150.000. De belastingplichtige in kwestie moest zich verantwoorden voor de strafrechter. Zijn boekhouder en accountant verklaarden dat zij de belastingplichtige (verdachte) erop hadden gewezen dat hij suppleties omzetbelasting moest indienen. Het verweer van de belastingplichtige – dat hij wilde afwachten of de administratie volledig klopte – wordt door de strafrechter verworpen. Het ‘schuiven met omzetbelasting’ wordt door de rechter als een ernstig vergrijp opgevat, omdat de Staat daardoor een financieel nadeel heeft en daarmee de belangen van de gemeenschap worden geschaad. De belastingplichtige wordt veroordeeld, niet alleen voor het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting, maar ook voor het niet doen van suppletieaangiften.

Deze recente uitspraak van de Rechtbank geeft aan hoe streng momenteel wordt gecontroleerd door Belastingdienst en FIOD. Zoals vaker aangegeven wordt door de Belastingdienst niet geschroomd om het strafrecht in te zetten als dit middel effectiever blijkt te zijn. Bij een relatief gering strafrechtelijk nadeel van € 100.000 wordt immers al het strafrecht ingeroepen op grond van het AAFD protocol. In afwijking van dit protocol wordt bij suppletieaangiften van meer dan € 50.000 door de Belastingdienst reeds een schuldonderzoek verricht.

 

Wat te doen?

Als wordt geconstateerd dat in een jaar een suppletieaangifte omzetbelasting moet worden ingediend ligt het voor de hand om hiertoe over te gaan. Daarmee wordt beboeting op grond van 10a AWR en eventuele strafvervolging voorkomen. Niettemin wordt daarmee ook tevens het bewijs voor de onjuistheid van de eerder ingediende belastingaangifte geleverd. Het is daarom van belang om specifiek per situatie te bekijken hoe met deze situatie moet worden omgegaan, mede gelet op het beleid van de Belastingdienst om bij een suppletieaangifte van meer dan € 50.000 een schuldonderzoek te verrichten. In dat kader ligt dubbele beboeting op de loer. Er zijn echter goede argumenten aan te voeren om de boete te beperken. Ook strafrechtelijk ingrijpen ligt, gelet op de wetssystematiek, niet direct voor de hand. Er is derhalve alle aanleiding om na te gaan welke mogelijkheden er zijn om een discussie over een BTW-schuld een zachte landing te geven.