In twee arresten van 21 maart 2008 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld over de verenigbaarheid van de verlengde navorderingstermijn met het EGrecht. In deze bijdrage bespreek ik deze zaken en ga ik na wat de gevolgen zijn van het arrest van het HvJ EG van 11 juni 2009 voor de toepassing van de verlengde navorderingstermijn. Het betreft hier een tussenstand, aangezien de Hoge Raad nog arrest moet wijzen.