Spring naar content

Vaklunch #674: Het ondervragingsrecht van de verdediging bij een getuige zonder geheugen

11 juni 2026

Het ondervragingsrecht heeft niet voor niets een fundamentele plek in het strafrecht. Het stelt de verdediging in staat om de betrouwbaarheid van een belastende verklaring ter discussie te stellen. Dat de verdediging afstand doet van dit recht, mag dan ook niet lichtvaardig worden aangenomen. Dit stond ook ter discussie in een recent arrest van de Hoge Raad. Bovendien was hierbij aan de orde of het afzien van het ondervragingsrecht met zich meebrengt dat dit de rechter ontslaat van de plicht om de eerlijkheid van het strafproces als geheel te toetsen.

In de betreffende zaak had een getuige een belastende verklaring afgelegd over de verdachte. De verdediging deed in eerste instantie een beroep op het ondervragingsrecht. Gedurende de strafzaak werd echter duidelijk dat de getuige leed aan dementie. De getuige was daardoor niet in staat om een verklaring af te leggen voor de strafrechter. Nadat de verdediging van deze medische omstandigheid kennis had genomen, liet de verdediging weten ‘niet te persisteren’ in het verzoek om de getuige te ondervragen. Het hof had deze kennisgeving zo opgevat dat de verdediging daarmee het ondervragingsrecht prijsgaf. Daaraan verbond het hof de gevolgtrekking dat de reeds afgelegde getuigenverklaring kon worden gebruikt voor het bewijs. Ook meende het hof dat met het prijsgeven ook niet meer hoefde te worden getoetst of zonder het ondervragen van de getuige de procedure als geheel eerlijk was verlopen.

Lees het hele artikel hier.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. M.T.R. (Martijn) Vos