Het gezag van de Hoge Raad in belastingzaken staat niet serieus ter discussie. Dat is wel eens anders geweest. Een kleine tachtig jaar geleden werd zelfs gesproken over de afschaffing van de belastingkamer van den Hoogen Raad ten faveure van den Centrale Raad van Beroep te Utrecht. Daarmee werd geen versterking van de belastingrechtspraak beoogd, doch – hoezeer klinkt dit bekend in de oren – een bezuiniging nagestreefd. Inmiddels heeft de geschiedenis geleerd, dat het daarbij vooral gaat om reparatiewetgeving in plaats van een intrinsieke verbetering van de fiscale regelgeving. Daarmee blijft het tobben. Dat geldt ook voor de drang tot bezuinigingen, de positionering van de Hoge Raad, de toegang tot de rechter, de kerntaken en de werkbelasting, en uiteraard de rol van de cassatierechtspraak.
Deze onderwerpen bevinden zich momenteel weer in het brandpunt van de belangstelling. Een aantal aspecten passeert in dit artikel de revue. Mogelijk wordt hierop over zo’n tachtig jaar nog eens teruggeblikt. Ongetwijfeld zal dan (opnieuw) blijken, dat de geschiedenis een andere wending heeft genomen, dan thans kan worden voorzien. In zoverre gaat het om een momentopname, waarvan het belang moet worden gerelativeerd.
Lees het volledige artikel verder:Â (Hoe) moet de fiscale cassatierechtspraak worden versterkt? MBB 2011, nr 12Â