Skip to content

Hoge Raad: incidenteel hoger beroep ook voor andere belastingjaren mogelijk

27 april 2015

Het komt regelmatig voor dat uitspraken van rechtbanken dan wel gerechtshoven beslissingen over meerdere belastingjaren bevatten. Daarnaast bevat een uitspraak van de belastingrechter doorgaans meerdere beslissingen ten aanzien van de elementen die op één aanslagbiljet voorkomen zoals de belastingaanslag, de heffingsrente en de boete.

Indien in zo’n geval de rechtbank de aanslag in stand laat maar de boete vernietigt, kan de belastingplichtige ervoor kiezen niet in hoger beroep te gaan. Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat, indien de inspecteur in zo’n geval hoger beroep instelt ten aanzien van de boete de belastingplichtige vervolgens incidenteel hoger beroep kan instellen tegen de aanslag en de heffingsrente.[1] In het geval de inspecteur hoger beroep instelt, moet de belastingplichtige toch procederen en komt de afweging om (incidenteel) hoger beroep in te stellen in een ander daglicht te staan. Ook kan, indien de belastingplichtige hoger beroep instelt ten aanzien van de aanslag de inspecteur incidenteel hoger beroep instellen ten aanzien van de boete. Dat is een procesrisico wat in acht moet worden genomen.

Na dit arrest bestond nog onduidelijkheid over de vraag of ook incidenteel hoger beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die niet op hetzelfde aanslagbiljet staan. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de rechtbank in één uitspraak over meerdere belastingaanslagen beslissingen neemt.

De Hoge Raad[2] heeft recent geoordeeld dat indien het principaal hoger beroep zich slechts keert tegen de beslissing van de rechtbank ten aanzien van één belastingaanslag in incidenteel hoger beroep kan worden opgekomen tegen de beslissingen betreffende de overige belastingaanslagen.

Het incidenteel hoger beroep is bedoeld om ervoor te zorgen dat de partij die wenst te berusten in de uitspraak om van de zaak af te zijn geen principaal hoger beroep hoeft in te stellen voor het geval de wederpartij dat ook doet. Doordat het incidenteel hoger beroep ook kan zien op beslissingen die op een ander aanslagbiljet staan maar waarop de uitspraak wel ziet, kan een partij kiezen voor berusting in de uitspraak. Als de wederpartij dan hoger beroep instelt, staat voor hem incidenteel hoger beroep open tegen alle beslissingen in de uitspraak van de rechtbank.

 

Incidenteel beroep in cassatie

Het arrest van de Hoge Raad ziet op het incidenteel hoger beroep, dat is geregeld in artikel 8:110 Awb. Het incidenteel beroep in cassatie is geregeld in artikel 29b AWR en artikel 8:110 Awb lid 3 en 5.[3] Het incidenteel beroep in cassatie dient hetzelfde doel als het incidenteel hoger beroep, namelijk beroep toch mogelijk te maken wanneer de wederpartij verder procedeert. Gelet daarop gelden de regels uit dit arrest zeer waarschijnlijk ook voor incidenteel beroep in cassatie.

 

Beoordeling procesrisico

Deze beslissing van de Hoge Raad heeft belangrijke gevolgen bij de beoordeling of al dan niet hoger beroep of beroep in cassatie wordt ingesteld. Indien de belastingplichtige voor een deel gelijk heeft gekregen, dient hij erop bedacht te zijn dat indien hij hoger beroep of beroep in cassatie instelt de wederpartij incidenteel hoger beroep of beroep in cassatie kan instellen. De kans is dan aanwezig dat de beslissingen waarin de belastingplichtige in het gelijk is gesteld niet in stand blijven, terwijl de wederpartij wellicht niet zelf tot het instellen van hoger beroep zou zijn overgegaan.

Stel: het Hof handhaaft in één uitspraak de aanslag over het jaar 2008 en vernietigt de aanslag over het jaar 2009. De over die jaren opgelegde boetes worden eveneens vernietigd. Indien de belastingplichtige tegen deze uitspraak beroep in cassatie instelt dat is gericht tegen de aanslag over het jaar 2008 dan bestaat de mogelijkheid dat de Staatssecretaris incidenteel beroep in cassatie instelt dat is gericht tegen de aanslag over het jaar 2009 en de boetes. Het is dan de vraag of de gunstige beslissingen in stand blijven. Uiteraard kan in deze situatie ook door de Staatssecretaris beroep in cassatie worden ingesteld tegen de beslissingen over de aanslag 2009 en de boetes. Dan kan de belastingplichtige incidenteel beroep in cassatie instellen.

De reikwijdte van een mogelijk incidenteel hoger beroep dan wel incidenteel beroep in cassatie dient in acht te worden genomen bij de beoordeling of principaal hoger beroep dan wel beroep in cassatie wordt ingesteld. Een ingesteld incidenteel beroep komt niet te vervallen als het principale beroep wordt ingetrokken.[4] Slechts indien het principale beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding, niet-verschoonbare te late storting van griffierecht of is ingediend door een persoon die daartoe niet bevoegd was, heeft dit tot gevolg dat het incidentele beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.[5]

Het lijkt er overigens op dat de mogelijkheid van incidenteel beroep pas ontstaat nadat de gronden van het principale beroep zijn ingediend en niet reeds na een pro forma beroep. Dit blijkt uit de termijn die afhankelijk is gesteld van de gronden van hoger beroep en het beroepschrift in cassatie naar aanleiding waarvan een verweerschrift kan worden ingediend. Het zou ook logisch zijn dat incidenteel beroep eerst kan worden ingesteld nadat de gronden van het beroep bekend zijn. Eerder is namelijk niet duidelijk waarop het beroep ziet zodat ook niet duidelijk is waarop een incidenteel beroep kan zien.

Kortom: Indien u procesrisico’s in kaart brengt, houdt dan rekening met de mogelijkheid en reikwijdte van incidenteel (cassatie)beroep! Uiteraard zijn wij bereid te sparren over de afweging al dan niet (cassatie)beroep in te stellen.

 

[1] Hoge Raad 4 juni 2010, nr. 09/01362, BNB 2010/263.

[2] Hoge Raad 10 april 2015, nr. 14/00528. In dit arrest heeft de Hoge Raad tevens prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld over de vraag of het vereiste van de redelijke voortvarendheid ook geldt indien sprake is van een beleggingsrekening in derde landen.

[3] Een onderscheid tussen incidenteel hoger beroep en incidenteel beroep in cassatie betreft de termijn. Deze is respectievelijk zes weken nadat de gronden van het hoger beroep bekend zijn gemaakt en acht weken na de dag van verzending van het verweerschrift.

[4] Dit blijkt uit HR 27 januari 2006, nr. 41793, BNB 2006/137.

[5] HR 10 augustus 2001, nr. 35618, BNB 2001/377.