Skip to content

Hoge Raad: vergoeding proceskosten en griffierecht kan ook opgaan voor een in het ongelijk gestelde belanghebbende

02 april 2015

Op 20 maart 2015 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin de vraag is beantwoord of aanspraak bestaat op een proceskostenvergoeding en een vergoeding van griffierecht indien een belanghebbende in het ongelijk is gesteld, maar wel een immateriële schadevergoeding toegekend heeft gekregen.

In de onderhavige casus is het door belanghebbende ingestelde beroep door de rechtbank op alle punten ongegrond verklaard. Los hiervan is de inspecteur veroordeeld tot betaling van een bedrag voor immateriële schade wegens de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar. Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd. In cassatie wordt – wederom – de belanghebbende in het ongelijk gesteld, maar oordeelt de Hoge Raad dat aanleiding bestaat het griffierecht op de voet van artikel 8:74 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) door de inspecteur aan belanghebbende te laten vergoeden, nu een immateriële schadevergoeding is toegekend. Aangezien belanghebbende zich in beroep heeft laten bijstaan door een professionele gemachtigde bestaat tevens aanleiding de inspecteur op de voet van artikel 8:75 Awb te veroordelen in de proceskosten van de belanghebbende. Voor een vergoeding van de in bezwaarfase gemaakte proceskosten bestaat volgens de Hoge Raad echter geen aanleiding nu de uitspraak op bezwaar volledig in stand is gebleven.

De Hoge Raad geeft tevens een indicatie voor de toepasbare wegingsfactor als bedoeld in de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht. In de omstandigheid dat de inspecteur slechts wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende omdat aan belanghebbende een vergoeding voor immateriële schade wordt toegekend – en gelet op de bevindingen van de rechtbank ter zake – is de Hoge Raad in deze zaak van oordeel dat aanleiding bestaat om een wegingsfactor voor het gewicht van de zaak te hanteren van 0,5 (licht).

Hoewel de belanghebbende in deze zaak in het ongelijk is gesteld, blijkt hieruit dat het toch de moeite loont om (tijdig) een schadevergoeding, proceskostenvergoeding en terugbetaling van griffierechten te vragen. Mocht u in dat kader nog vragen hebben, aarzel dan niet om contact op te nemen met één van onze advocaten.