Spring naar content

HvJ Volkswagen AG: een verlichting voor de teruggaaf van btw? BTW-bulletin 2018/35

Op 21 maart 2018 heeft het HvJ in de zaak C-533/16 antwoord gegeven op de vraag of het Unierecht zich tegen een regeling verzet waarin pas jaren na levering van goederen alsnog btw in rekening is gebracht en betaald, het recht op btw teruggaaf wordt ontzegd op grond van een formele vervaltermijn zodat het verzoek om teruggaaf van btw wordt geweigerd. In BTW-bulletin 2018/35 gaan Roelof Vos en Ron Jeronimus in op het arrest van het HvJ en maken zij een koppeling met de thans in Nederland geldende formele vereisten rondom het recht op aftrek van voorbelasting.

Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:

Deze Volkswagen-zaak ziet op btw-transacties die door Hella Leuchten-Systeme GmbH, gevestigd in Duitsland, en nog twee andere, in Slowakije gevestigde ondernemingen, Hella Slovakia Front Lighting s. r. o. en Hella Slovakia – Signal Lighting (de Hella-ondernemingen) zijn verricht. De Hella-ondernemingen verkochten in de periode 2004 tot en met 2010 mallen voor de fabricatie van
verlichtingsapparatuur voor auto’s aan Volkswagen AG, met haar zetel in Duitsland. Op de daarvoor uitgereikte facturen was geen btw vermeld, aangezien de Hella-ondernemingen meenden dat die transacties geen goederenleveringen waren, maar van btw vrijgestelde ‘financiële compensaties’.

In het jaar 2010 constateerden de Hella-ondernemingen dat de in het verleden gehanteerde btw-behandeling onjuist was. Daarop werd besloten de btw alsnog per afzonderlijke facturen in rekening te brengen en een aanvullende btw-aangifte in te dienen én de btw te voldoen. Vervolgens verzocht Volkswagen AG de belastingdienst Bratislava I (Slowakije) om teruggaaf van de btw die zij over die leveringen had betaald. Hierop kreeg zij te horen dat slechts een gedeeltelijke teruggaaf werd verleend.

De belastingdienst Bratislava accepteert het verzoek namelijk enkel met betrekking tot de goederenleveringen die waren verricht in de periode van 2007 tot en met 2010. Het verzoek dat betrekking had op de periode van 2004 tot en met 2006 werd afgewezen op grond van het feit dat de (formele) vijfjarige vervaltermijn waarin het Slowaakse recht voorziet, was verstreken

Lees verder.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. R. (Roelof) Vos

Mr. R. (Ron) Jeronimus