Spring naar content

In procedure over niet tijdig nemen van besluit moet rechter ook beslissen over dwangsombeschikking. Annotatie NTFR 2017/85

05 januari 2017

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag IB/PVV. Nadat hij eerst de inspecteur in gebreke heeft gesteld, heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Vervolgens is de inspecteur bij uitspraak op bezwaar volledig aan belanghebbende tegemoetgekomen. Ook heeft de inspecteur bij uitspraak op bezwaar beslist dat aan belanghebbende een dwangsom van € 310 toekomt wegens overschrijding van de beslistermijn. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 april 2016, nr. 15/7403, heeft het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard omdat het procesbelang was komen te ontvallen. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep niet van rechtswege mede betrekking heeft op de dwangsombeschikking. De Hoge Raad vernietigt dit laatste oordeel.

De proceseconomie is ermee gediend dat de rechter in de procedure over het niet tijdig nemen van een besluit ook een oordeel geeft over de dwangsombeschikking. Tot cassatie leidt dit echter niet, nu de dwangsom in dit geval tot het juiste bedrag is vastgesteld. Verder had de rechtbank een proceskostenvergoeding moeten toekennen voor het beroep tegen het uitblijven van de uitspraak op bezwaar en voor de aanvankelijke weigering om een dwangsom toe te kennen. De Hoge Raad verleent deze proceskostenvergoedingen alsnog.

Lees verder.