Spring naar content

Inkeer moet blijven. TFB 2017, nr 4

De Staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes heeft in zijn brief van 17 januari 2017 duidelijk gemaakt dat de aanpak van belastingontduiking een speerpunt van beleid is. Op 12 juli jongstleden heeft Wiebes de Tweede Kamer geïnformeerd dat hij zijn voorstel tot afschaffing van de inkeerregeling zal opnemen in het Belastingplan 2018. In deze bijdrage worden alle aspecten van de inkeerregeling belicht, zodat een betere afweging kan worden gemaakt of afschaffing wel het juiste middel is om belastingfraude aan te pakken en of inkeer moet blijven.

Lees hier alvast een voorproefje:

Het is een algemeen bekend feit dat nogal wat belastingplichtigen de verleiding niet kunnen weerstaan om buiten de fiscale lijntjes te kleuren. Teneinde deze dwaallichten de mogelijkheid te geven om weer gemakkelijk op het rechte pad terug te keren is in het verleden de inkeerregeling geïntroduceerd. Deze regeling bood belastingplichtigen de mogelijkheid om zonder hoge boeten en zonder risico van strafrechtelijke vervolging alsnog een correcte belastingafdracht te bevorderen.

Om van die regeling gebruik te kunnen maken moest de belastingplichtige wel tot inkeer komen voordat de autoriteiten hem of haar op het spoor waren en moest hij bereid zijn alsnog de volledige belastingschuld inclusief rente te betalen. Van deze regeling is in het verleden veelvuldig gebruikgemaakt, niet alleen in relatie tot buitenlandse bankrekeningen, maar ook in andere situaties zoals het betalen van ‘zwarte lonen’.

De inkeerregeling is in de afgelopen jaren, althans voor wat betreft de fiscale boeten, al flink afgezwakt. Daar waar voorheen nauwelijks tot geen boeten werden opgelegd, is de regeling gewijzigd in een regeling waarin toch flinke boeten op de loer liggen. De strafrechtelijke inkeerregeling is onaangetast gebleven. Inkeer betekende en betekent nog steeds geen risico op strafrechtelijke vervolging voor fiscale delicten.

Het is op zijn minst opmerkelijk dat de staatssecretaris van Financiën in voornoemde brief de afschaffing van de inkeerregeling aanmerkt als een maatregel tegen belastingfraude. Waarom hij tot dit voornemen is gekomen, is uit de brief niet goed op te maken. Bovendien lijkt het erop dat de brief vooral het vizier heeft gericht op de ‘zwartspaarder’.

Deze brief is voor ons aanleiding geweest om de inkeerregeling nog eens goed onder de loep te nemen. Daarbij zullen wij de historie van deze regeling nog eens goed in kaart brengen en zullen wij voorts duidelijk maken voor welke delen van de fiscaliteit de inkeerregeling gevolgen heeft.

Lees verder: Inkeer moet blijven. TFB 2017, nr 4

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. A.J.C. (Angelique) Perdaems