Spring naar content

KPMG debacle, ronde 2. Vaklunch.nl #458

26 januari 2022

Het hof bevestigt in de KPMG-zaak de vrijspraken van de rechtbank. Een mooi resultaat, met een zure nasmaak. Want was dit langslepende proces nou echt nodig? Een ander interessant aspect is de vraag wat deze vrijspraken betekenen voor de destijds gesloten transactie met KPMG.

Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:

In Vaklunch #315 schreven wij over de KPMG-zaak. De zaak houdt verband met de ontwikkeling van het KPMG-gebouw, en draait met name om de vraag of een bepaalde realisatievergoeding niet in wezen een verkapte winstuitdeling is geweest voor de aannemer. Het Openbaar Ministerie stelt dat de realisatieovereenkomst en de daarop gebaseerde facturen vals zijn en de aangiften onjuist. Net als de rechtbank in eerste aanleg, spreekt het hof de verdachten in hoger beroep opnieuw vrij. Komt er nu eindelijk een einde aan deze langslepende zaak? En wat betekenen deze vrijspraken nu eigenlijk voor de destijds gesloten transactie met KPMG?

In het arrest overweegt het hof dat niet is vast te stellen dat de prijs die is betaald voor het afkopen van met name risico’s via de realisatieovereenkomst te hoog en daarmee onzakelijk is. Immers werden gedurende de ontwikkeling van het KPMG-gebouw aanvullende afspraken gemaakt over het inbouwpakket van de huurders en de daaruit voortvloeiende aanvullende werkzaamheden, risico’s en garanties. Van een winstuitkering is naar het oordeel van het hof dan ook geen sprake. Hieruit vloeit voort dat de realisatieovereenkomst en de daarop gebaseerde facturen ook niet valselijk zijn opgemaakt. De vrijspraken zijn wat ons betreft geheel terecht.

Opmerkelijk is dat het hof onder het kopje ‘vrijspraak’ expliciet aandacht besteedt aan de vervolgingsbeslissing van de FIOD en het Openbaar Ministerie. Overigens is de FIOD geen partij bij het nemen van een vervolgingsbeslissing, maar dat ter zijde. Het hof overweegt dat gelet op een aantal omstandigheden de vervolgingsbeslissing ‘niet onnavolgbaar’ is geweest. Onduidelijk is waarom het hof aandacht hieraan besteedt en waarom deze overweging relevant is voor een van de vragen van 348 Sv en 350 Sv.

Lees het volledige artikel van Judith de Boer hier.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. J.N. (Judith) de Boer