Monsterneming in relatie tot douanezaken is in tal van wetten geregeld. Toch blijkt dat regels over het nemen van monsters en rechtsbescherming tegen besluiten van de douane bij monsterneming onoverzichtelijk zijn. In deze bijdrage gaan wij in op de toepassing van de regels omtrent monsterneming en de consequenties bij het niet naleven van desbetreffende regels.
Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:
In beginsel is de wettelijke bevoegdheid van een toezichthouder om zaken te onderzoeken en daarvan monsters te nemen geregeld in art. 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb, zie titel 5.2; Toezicht op naleving). In relatie tot verplichtingen van belastingheffing (art. 47 e.v. Algemene wet inzake rijksbelastingen, hierna: Awr) alsook bij de invordering van rijksbelastingen is geen sprake van toezicht op de naleving in de zin van titel 5.2 (NnavV II bij derde tranche Awb, Kamerstuk 23700, 5, p. 57).
Lees het volledige artikel hier verder: Monsterneming in douanezaken: het initiatief ligt bij de belanghebbende. BTW-bulletin 2017/2