Skip to content

Artikel 52 AWR-verplichting geldt per objectieve onderneming. Annotatie NLF 2020/0835

X (belanghebbende) exploiteert sinds 2001 een café-restaurant (hierna: Y) in het centrum van Z. In de jaren 2011 tot en met 2014 was hij daarnaast betrokken bij de exploitatie van de ondernemingen A en B. A is een lunchroom en ijssalon, eveneens in het centrum van Z. Bij X is een boekenonderzoek ingesteld over het jaar 2013. Naar aanleiding van de bevindingen over 2013, heeft de Inspecteur het onderzoek ten aanzien van de volledigheid van de omzetverantwoording uitgebreid naar de jaren 2011, 2012 en 2014. Geconstateerd is dat X in voornoemde jaren niet heeft voldaan aan zijn administratie- en bewaarplicht ten aanzien van Y. In geschil is of de Inspecteur terecht een informatiebeschikking heeft genomen met betrekking tot op te leggen (navorderings)aanslagen IB/PVV over de jaren 2011 tot en met 2014, alsmede met betrekking tot aan Y op te leggen naheffingsaanslagen omzetbelasting over deze jaren. Dat is volgens Rechtbank Gelderland en in hoger beroep Hof Arnhem-Leeuwarden het geval. Het Hof verwerpt het standpunt van X dat splitsing van de administratie niet noodzakelijk is omdat sprake is van een eenmanszaak met drie ondernemingen. De verplichting van artikel 52 AWR geldt per objectieve onderneming en rust op X. Hij heeft hieraan niet voldaan. De informatiebeschikking is voor alle jaren terecht vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond.

Lees verder.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. L.M.S.M. (Lisa) van Esdonk-Bongaarts