Skip to content

Belastingrente bij terugvorderingsbeschikkingen Btw-compensatiefonds juist berekend. Annotatie NLF 2021/0016

De gemeente X (belanghebbende) maakt samen met twee gemeenten onderdeel uit van een samenwerkingsverband, de ‘Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie’ (hierna: de BAR). De kosten van de BAR worden gedragen door de drie gemeenten. Op 4 oktober 2018 is betreffende een btw-geschil over de koepelvrijstelling een vso gesloten tussen enerzijds de BAR en de individuele gemeenten en anderzijds de Inspecteur. In de vso is afgesproken dat naheffingsaanslagen OB vernietigd worden en dat van X te veel uit het Btw-compensatiefonds (BCF) ontvangen bedragen bij beschikking zullen worden teruggevorderd (jaren 2015-2017). Over de belastingrente is in de vso opgenomen dat deze wordt berekend conform de wettelijke bepalingen. Over de teruggaven aan de BAR is een (aanzienlijk) lager bedrag aan belastingrente vergoed dan in totaal aan belastingrente aan de gemeenten in rekening is gebracht over de daarmee samenhangende terugvorderingsbeschikkingen BCF. In geschil is de aan X in rekening gebrachte belastingrente. De terug te vorderen bedragen BCF zijn niet in geschil.

Rechtbank Den Haag verklaart het beroep van X ongegrond. Zij overweegt onder meer dat het verschil in berekeningstijdvakken niet in strijd is met de Wet BCF, er geen aanleiding is om de belastingrente te matigen in verband met trage besluitvorming met betrekking tot het jaar 2015, er geen aanleiding is de belastingrente te matigen wegens schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat de Inspecteur bij het vaststellen van de jaarbeschikking 2017 niet had moeten afwijken van de jaaropgave van X. Er is ook geen reden om de belastingrente te matigen op grond van beleid. Voorts is geen sprake van strijd met het Unierecht.

Lees verder.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. L.M.S.M. (Lisa) van Esdonk-Bongaarts