Skip to content

Naheffingsaanslag en boete terecht opgelegd. Annotatie NLF 2021/0623

X (bv) exploiteert een groothandel in computers, randapparatuur en software. Zij maakt gebruik van agenten in het buitenland voor de afzet van haar goederen. Naar aanleiding van een onderzoek (op basis van een internationaal verzoek om inlichtingen) stelt de Inspecteur dat X geen recht heeft op aftrek van voorbelasting ter zake van inkopen voorafgaand aan intracommunautaire leveringen aan zogenoemde ‘missing traders’. Hij stelt dat geen recht op aftrek van vooraftrek bestaat, omdat sprake is van fraude bij afnemers van X of bij afnemers van afnemers van X in Spanje, Roemenië, Italië, Frankrijk en Nederland. X had dat moeten weten, aldus de Inspecteur. Tevens is volgens de Inspecteur sprake van misbruik van recht. Hij heeft omzetbelasting nageheven. Na
bezwaar is de naheffingsaanslag verminderd tot € 30.618.452, de boete verminderd tot € 15.309.226 en de heffingsrente verminderd tot € 2.330.397.

X stelt onder meer dat het verdedigingsbeginsel is geschonden en Rechtbank Noord-Holland is het hiermee eens. Er is voldaan aan het ‘andere-afloopcriterium’. X had niet de beschikking over alle stukken die ten grondslag lagen aan het voornemen de naheffingsaanslag en de boetebeschikking op te leggen. Daardoor was zij niet in staat op detailniveau de voorgenomen correcties en boete te bestrijden. De naheffingsaanslag en de boetebeschikking dienen volgens de Rechtbank ook op inhoudelijke gronden vernietigd te worden. Niet uitgesloten kan worden dat dit eerder was gebeurd als het verdedigingsbeginsel niet was geschonden. Gelet op het voorgaande worden de naheffingsaanslag, de beschikking heffingsrente en de boetebeschikking vernietigd.

Ten overvloede behandelt de Rechtbank ook nog uitgebreid het inhoudelijke geschil. Tegen dit oordeel heeft de Inspecteur hoger beroep ingesteld en Hof Amsterdam verklaart dit grotendeels gegrond. De uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd, behoudens de beslissingen omtrent de proceskostenvergoeding en het griffierecht. Voorts wordt de naheffingsaanslag vastgesteld op € 16.905.021 en wordt de rentebeschikking dienovereenkomstig verminderd. Ten slotte wordt de boetebeschikking verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Lees verder.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. L.M.S.M. (Lisa) van Esdonk-Bongaarts