Het pleitbaar standpunt is een verweer dat in veel fiscale zaken wordt gevoerd. De belastingkamer van de Hoge Raad heeft in 2017 duidelijkheid geschept over de toepassing van het pleitbare standpunt: een pleitbaar standpunt dient objectief te worden beoordeeld. In het najaar van 2017 volgde ook de strafkamer van de Hoge Raad: ook in strafzaken kan een pleitbaar standpunt een belastingplichtige disculperen. In hun bijdrage voor het BTW-bulletin gaan Anke Feenstra en Kim Demandt in op deze ontwikkelingen in de jurisprudentie en geven zij praktische tips over de toepasbaarheid van dit verweer.
Lees hier alvast een voorproefje:
In de Credit Suisse-arresten van 21 april 2017 betreft het een structuur waarbij winstvennootschappen zijn aangekocht en daarna leningen zijn aangegaan met als doel om de verschuldigde rente over die leningen in mindering te brengen op de winst van de gekochte winstvennootschappen. Zo wordt de winst beperkt en wordt minder vennootschapsbelasting geheven. De vraag is of hier sprake is van fraus legis, zodat de renteaftrek door de inspecteur kan worden gecorrigeerd. De Hoge Raad meent van wel, zodat de correctie terecht is. Er is echter geen plaats voor een boete, aangezien sprake is van een pleitbaar standpunt.
Hanteert de Hoge Raad hier een subjectief of objectief pleitbaar standpunt? Bij een subjectieve beoordeling van een beroep op een pleitbaar standpunt is relevant of de belastingplichtige dit standpunt ten tijde van het doen van de aangifte heeft en kan een later ingenomen en/of aangevoerd pleitbaar standpunt dat opzet niet wegnemen. Bij een objectieve benadering maakt het niet uit of de belastingplichtige bij het doen van de aangifte een pleitbare uitleg voor ogen heeft gehad, omdat beboeting achterwege blijft als er op enig moment pleitbare argumenten kunnen worden aangedragen.