Spring naar content

Aan ontbonden vennootschap is geen aanslag bekendgemaakt zodat deze niet in werking is getreden; wel (prematuur) bezwaar en beroep mogelijk – NTFR 2025/1936

08 januari 2026

Deze zaak gaat over de bekendmaking van een belastingaanslag aan een vennootschap die niet meer bestaat. Belanghebbende is bij besluit van 1 november 2018 ontbonden. Naar aanleiding van een boekenonderzoek zijn in augustus 2019 aanslagen vastgesteld en verstuurd naar het adres van belanghebbende. Tegen deze aanslagen is bezwaar, beroep en hoger beroep ingesteld. De aanslagen zijn gedagtekend binnen de termijnen als bedoeld in art. 16 lid 3 respectievelijk art. 20 lid 3 AWR. De beide belastingaanslagen zijn echter volgens hof Arnhem-Leeuwarden (23 juli 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4872) nog niet bekendgemaakt, terwijl deze termijnen inmiddels (ruimschoots) zijn verstreken. Het voegt niets toe om de belastingaanslagen alsnog op de voorgeschreven wijze bekend te maken, aldus het hof. Het hof heeft op die gronden de belastingaanslagen en beschikkingen inzake de belastingrente vernietigd.

A-G Koopman leidt uit de totstandkomingsgeschiedenis van de bijzondere bekendmakingsregel af dat dat de ontvanger die de aanslag met toepassing van art. 8 lid 2 t/m 4 Iw 1990 bekendmaakt, aannemelijk moet kunnen maken dat de belastingschuldige (vermoedelijk) niet meer bestaat en dat het aan de rechter is om (ex tunc) te toetsen of het vermoeden van de ontvanger gerechtvaardigd was. Dit vermoeden kan de ontvanger ontlenen aan een vermelding in het Handelsregister. Verder is dat vermoeden gerechtvaardigd als is voldaan aan twee van de voorwaarden die in art. 2:19a lid 1 BW worden gesteld aan de ontbinding van een rechtspersoon door de KvK. Wanneer de ontvanger de aanslag bekendmaakt op de manier zoals omschreven in art. 8 lid 2 t/m 4 Iw 1990, kan de laatste bestuurder, aandeelhouder of vereffenaar van de rechtspersoon in bezwaar en beroep komen (art. 26a lid 1 onderdeel d AWR). Die wijze van bekendmaking doet de bezwaartermijn aanvangen en denkelijk is die bekendmaking ook van belang voor de beantwoording van de vraag of de aanslagtermijn is verstreken en of de rechtsvordering tot betaling van de belastingaanslag is verjaard.

De ontvanger is niet verplicht de aanslag die is opgelegd aan een vermoedelijk niet meer bestaande rechtspersoon bekend te maken op de wijze zoals omschreven in art. 8 lid 2 t/m 4 Iw 1990. Als hij niet kiest voor die wijze van bekendmaking, treedt de aanslag niet in werking. De bezwaar- en betalingstermijn gaan dan niet lopen. Wanneer toch bezwaar wordt gemaakt, blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege met toepassing van art. 6:10 Awb. Een aanslag die pas na het verstrijken van de aanslagtermijn bekendgemaakt is, staat bloot aan vernietiging. Maar een aanslag die helemaal niet of op een verkeerde manier bekendgemaakt is, werkt niet en hoeft dus ook niet te worden vernietigd.

De A-G is van mening dat een niet op de juiste wijze bekendgemaakte aanslag, niet om die reden vernietigd moet worden. Dit is anders als de aanslag wel op de juiste wijze – maar te laat – is bekendgemaakt. In dat geval moet er een beroep worden gedaan op overschrijding van de aanslagtermijn en zal de rechter niet ambtshalve tot vernietiging overgaan. In deze zaak is de aanslag niet bekendgemaakt en is het ook niet nodig om de aanslag te vernietigen. Dit laat onverlet dat wel bezwaar en beroep mogelijk is. Art. 6:10 lid 1 onderdeel a Awb bepaalt namelijk dat de niet-ontvankelijkverklaring van een prematuur bezwaar- of beroepschrift achterwege blijft indien het besluit ten tijde van de indiening ‘wel reeds tot stand was gekomen’. Een aanslag die wel al is vastgesteld maar (nog) niet is bekendgemaakt, is als besluit wel ‘reeds’ tot stand gekomen.

A-G Koopman ziet echter niet in welk in rechte te beschermen belang van de staatssecretaris gemoeid zou kunnen zijn met het in stand laten van de belastingaanslagen waar deze zaak over gaat. Die aanslagen zijn niet in werking getreden en kunnen dat ook niet meer. Hoewel het middel van de staatssecretaris zijns inziens terecht is voorgesteld, kan het naar de mening van de A-G daarom niet tot cassatie leiden.

Lees de volledige annotatie hier NTFR 2025-1936 – Aan ontbonden vennootschap is geen aanslag bekendgemaakt zodat deze niet in werking is getreden – wel (prematuur) bezwaar en beroep mogelijk

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. A.H.G.M. (Antoine) Blomen