Belanghebbende woont in België en werkt sinds 1978 voor het A-concern. Vanaf 1 juli 2007 is hij binnen het concern werkzaam in Nederland. Belanghebbende heeft zijn Belgische pensioenregeling bij het A-concern voortgezet. De regeling is voor een periode van vijf jaar (1 juli 2007 tot en met 1 juli 2012) aangewezen als een zuivere pensioenregeling. Belanghebbende wil ook in 2013 de ingehouden pensioenpremie en het gebruteerde werkgeversdeel van de pensioenpremie in aftrek brengen. Volgens het hof is sprake van een onzuivere pensioenregeling, die gedurende vijf jaar na tewerkstelling als zuivere pensioenregeling is aangewezen. De stelling van belanghebbende dat dit gedurende tien jaar heeft te gelden, wordt door het hof verworpen. De inspecteur heeft ter zitting echter bevestigd dat in een bepaalde situatie, die het hof vergelijkbaar acht met de situatie van belanghebbende, een vergelijkbare aanspraak op een Belgisch pensioen niet tot het loon wordt gerekend en de door de werknemer betaalde premies in aftrek op het (bruto)loon worden toegelaten. Het verschil in behandeling is niet gebaseerd op de wettelijke regelingen, maar is kennelijk gebaseerd op een door de Belastingdienst gevoerd begunstigend beleid. Een rechtvaardiging voor deze begunstigende behandeling is door de inspecteur niet gegeven en ziet het hof ook overigens niet. Het hof is dan ook van oordeel dat de inspecteur in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelt door deze begunstigende fiscale behandeling niet toe te passen in de situatie van belanghebbende.