De rechtsbescherming voor belastingplichtigen bij discussies over uitstel van betaling en kwijtschelding van belastingschulden wordt verbeterd. Op 23 januari 2025 heeft de staatssecretaris van financiƫn een besluit genomen dat het onderdeel van de Fiscale vereenvoudigingswet, waarin dit wordt geregeld, op 1 januari 2027 in werking treedt.[1] Een goede en vooral noodzakelijke ontwikkeling. Het is de hoogste tijd dat verandering komt in de rechtsbescherming bij discussies over uitstel van betaling en kwijtschelden van belastingschulden.
Huidige systeem
Op dit moment is het zo dat een belastingplichtige een verzoek indient bij de ontvanger voor uitstel van betaling of kwijtschelding van belastingschulden. Dit is geregeld in artikel 25 Invorderingswet 1990 (uitstel van betaling) en in artikel 26 Invorderingswet 1990 (kwijtschelding). In de Leidraad Invordering 2008 wordt het beleid rondom deze bepalingen verder uitgewerkt en zijn bepaalde uitgangspunten en voorwaarden opgenomen. Ook zijn richtlijnen voor ontvangers over de invordering opgenomen in de Instructie Invordering en Belastingdeurwaarders.
De ontvanger beoordeelt dit verzoek en wijst het af of toe al dan niet onder voorwaarden. Als het verzoek wordt afgewezen, kan daartegen administratief beroep worden ingesteld bij de directeur. Dit is geregeld in artikel 24 Uitvoeringsregeling Iw 1990. Voor de beoordeling van het administratief beroep ontvangt de directeur advies van de ontvanger die eerder het verzoek heeft behandeld. Dit volgt uit de Instructie Invordering en Belastingdeurwaarders.
Samen met dit advies gaat de directeur het administratief beroep beoordelen. Vervolgens komt de directeur dan tot een beslissing. De directeur beoordeelt bij de behandeling van een beroepschrift of de ontvanger zijn bestreden beslissing terecht en op de juiste gronden heeft genomen. Als de directeur oordeelt dat de ontvanger de beslissing niet terecht of niet op de juiste gronden heeft genomen, zal de ontvanger opnieuw een beslissing moeten nemen.
Als de directeur oordeelt dat de ontvanger de beslissing terecht heeft genomen, staat de belastingplichtige tegen deze beslissing geen rechtsmiddel meer tot zijn of haar beschikking. Daarmee is dan de kous af.
Praktijk
In de praktijk zien wij vaak dat een administratief beroepsprocedure weinig tot geen effect heeft. De welbekende slager die zijn eigen vlees keurt. In uitzonderlijke gevallen is het zo dat de beslissing wordt teruggenomen of herzien in de administratief beroepsprocedure, maar vaak wordt simpelweg de beslissing van de ontvanger en diens advies gevolgd.
Praktisch probleem is ook dat er weinig mensen werkzaam zijn bij de Belastingdienst als ontvanger, dus een belastingplichtige is vaak op dezelfde persoon/personen aangewezen. Als dan eenmaal het beeld bestaat dat iemand geen recht heeft op kwijtschelding, is het lastig om met iemand anders om tafel te komen en een onafhankelijke beslissing te krijgen. In het kader van de rechtsbescherming is er dus nog wel wat te winnen bij de invorderingspraktijk.
Wijziging
Door het hiervoor genoemde besluit worden vanaf 1 januari 2027 met artikel XIII, onderdelen C, onder 1, en D, van de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 de artikelen 25 en 26 van de Invorderingswet 1990 gewijzigd. De wijziging houdt in dat de beslissingen van de ontvanger of uitstel van betaling of kwijtschelding voortaan worden vormgegeven als voor bezwaar vatbare beschikkingen. Op die manier kan een belastingplichtige vervolgens bezwaar maken tegen die beschikking. Na de bezwaarprocedure wordt de fiscale rechter bevoegd. De huidige administratief beroepsprocedure wordt dus vervangen door een reguliere bezwaar- en beroepsprocedure.
Deze wijzigingen gaan in eerste instantie alleen gelden voor de rijksbelastingen. Op een later, nog te bepalen, moment zullen deze ook gaan gelden voor de lokale heffingen.
Deze wijziging is een goede ontwikkeling voor de belastingplichtige. Op het moment dat een belastingplichtige er niet (meer) uitkomt met de ontvanger, heeft hij de mogelijkheid het aan de rechter voor te leggen die er met een frisse, objectieve blik naar kijkt.
Kanttekening is echter wel dat het de voorkeur heeft om in een gerechtelijke procedure met een kundige gemachtigde te procederen om de winstkansen zo groot mogelijk te maken en dat dat voor deze belastingplichtigen financieel gezien vaak lastig zal zijn. Iemand doet immers niet voor niks een verzoek om uitstel of verzoek tot kwijtschelding. Daar zal een rechter uiteraard rekening mee houden.
Ook is een aandachtspunt hierbij de huidige capaciteit van de rechterlijke macht. Op dit moment is het zo dat het vaak vele maanden duurt voordat een zaak voor behandeling door de rechter wordt ingepland. Als daar ook nog dit soort zaken bij komen, zal de doorlooptijd van rechtszaken alleen maar verder oplopen en hebben belastingplichtigen, zeker met financiƫle problemen, nog vele extra maanden onzekerheid totdat zij een rechterlijk oordeel krijgen.
Dit is dus een aandachtspunt. Mogelijk ā en hopelijk ā leidt deze beroepsmogelijkheid tot een zorgvuldigere toets in de bezwaarprocedure door de ontvanger en wijst de ontvanger verzoeken van belastingplichtigen minder snel en makkelijk af.
Afsluiting
Wij hopen dat deze nieuwe regeling in de praktijk ook daadwerkelijke verbetering oplevert voor de belastingplichtige. Belastingplichtigen die van deze mogelijkheden in de wet gebruik moeten maken, zitten meestal al niet in een heel rooskleurige positie. Om mensen in die positie betere/zo goed mogelijke rechtsbescherming te bieden, lijkt mij van essentieel belang. Daarom wil ik er graag op vertrouwen dat dit nieuwe onderdeel zorgt voor een betere positie voor die belastingplichtigen.
Het is belangrijk om goed op de hoogte te zijn van alle verplichtingen, maar ook alle rechten, in invorderingsdiscussies. Mocht u of uw cliƫnt in een discussie zijn verzeild met de ontvanger, denken we graag met u mee over een oplossing.