Nog altijd zijn sancties hot & happening (zie eerdere bijdragen in Vaklunch over de sanctiewetgeving: #580, #605, en #621). Dat sancties actueel zijn blijkt opmerkelijk genoeg uit een civiele beschikking van de rechtbank Gelderland van 5 september jl. De verzoekende partij in dit geding was het Openbaar Ministerie, de verweerder betrof het Arnhemse Jet Air Equipment B.V. (hierna: Jet Air). Volgens het Openbaar Ministerie had Jet Air structureel sanctiewetgeving overtreden door vliegtuigonderdelen te leveren aan Rusland. Het verzoek van het Openbaar Ministerie Jet Air verboden te verklaren en de vennootschap te ontbinden (op grond van artikel 2:20 BW), werd door de rechtbank volledig toegewezen.
Lees hier alvast een voorproefje:
Dat het Openbaar Ministerie het strafrecht niet meer als enige tool in haar gereedschapskist heeft zitten is al langer bekend. Sterker nog, in een recent uitgebracht jaarverslag van het Openbaar Ministerie staat beschreven dat het zoeken naar mogelijkheden buiten het strafrecht om aan de orde van de dag is. Los van de mogelijkheden die het strafrecht biedt, wordt ook gekeken naar bijvoorbeeld het bestuursrecht, het tuchtrecht en het civiel recht. Het Openbaar Ministerie noemt deze alternatieve routes ‘soms sneller, efficiënter en effectiever’. Ook zouden deze alternatieve routes als positief effect hebben dat de strafrechtketen wordt ontlast en dat doorlooptijden worden versneld. Wat hier ook van zij, het is opvallend dat het Openbaar Ministerie volledig voorbijgaat aan de keerzijde van deze alternatieve interventies, te weten de rechtstatelijke risico’s die met deze alternatieve interventies gepaard gaan. Hierover schreven wij al eerder in #499 en #555 en #570.
Uit de beschikking van de rechtbank blijkt namelijk dat het verzoek van het Openbaar Ministerie om Jet Air verboden te verklaren en te ontbinden al was ingesteld terwijl het hoger beroep in de strafzaak nog liep. De strafrechtelijke veroordeling voor het overtreden van de Sanctiewet, waar het Openbaar Ministerie zich op baseerde in deze civiele procedure, was dus nog niet onherroepelijk. Toch heeft de rechtbank op verzoek van het Openbaar Ministerie de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Deze beschikking heeft daardoor werking, ook wanneer hiertegen hoger beroep is ingesteld.
Lees de volledige Vaklunch hier verder: #638: Omzeilt het OM in de jacht op overtreders van de Ruslandsancties zélf rechtstatelijke waarborgen?