De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de reparatiewet verhuurderheffing 2020 met terugwerkende kracht mocht worden ingevoerd. Centraal stond de vraag of deze terugwerkende kracht in strijd was met het eigendomsrecht en het rechtszekerheidsbeginsel. Volgens de Hoge Raad was voor mede-eigenaren al vóór 1 januari 2020 voldoende duidelijk dat reparatiewetgeving zou volgen om een ongelijke behandeling binnen de verhuurderheffing te corrigeren. Daardoor ontbrak geen redelijke balans (fair balance) tussen het algemeen belang en de belangen van belastingplichtigen. Er was dus geen sprake van schending van het eigendomsrecht door de (beperkt) terugwerkende kracht.